skip to Main Content
Inhoud

< Inleiding

Het woord ‘advent’ is afgeleid van het Latijn: adventus (=komst, er aan komen) en advenire (= naartoe komen). Letterlijk betekent Advent: God komt naar ons toe.
De Advent heeft in de liturgie een dubbel karakter:

  • Het is de voorbereidingstijd op het Kerstfeest, de geboorte van Jezus Christus in onze mensengeschiedenis ruim 2000 jaar geleden.
  • Eveneens is de Advent de periode van verwachting van Jezus’ wederkomst op het einde der tijden, wanneer God alles in allen zal zijn.

Advent begint op zondag vier weken voor Kerstmis, dus de zondag tussen 26 november en 4 december; dit jaar begint de Advent derhalve 29 november 2020.
De zondagen van deze tijd heten 1e, 2e, 3e, 4e zondag van de Advent.
Zo leven wij in de Advent naar het kerstfeest toe, opdat Jezus, Emmanuel God-met-ons, ook in ons eigen leven geboren mag worden. In deze periode worden wij uitgenodigd een grondhouding van verwachting en openheid aan te nemen. Wij maken ons hart klaar om Hem te ontvangen en opnieuw binnen te laten. De liturgie van de 4 adventszondagen wil die grondhouding ondersteunen en stapsgewijze gestalte geven.

In de kerk komt een adventskrans te hangen. Daar staan vier kaarsen op. Iedere zondag van de Advent wordt er een kaars ontstoken. We zien uit naar de komst van Jezus, ‘het Licht der wereld’. Hoe meer kaarsen van de adventskrans branden, hoe meer licht er is, dat wil zeggen hoe dichter Jezus, het Licht, nabij is. De adventskrans is gemaakt van dennengroen; groen uit de natuur dat de winter trotseert. Het paarse lint dat doorheen het groen is geslingerd, spoort ons aan tot bezinning en inkeer. De priester draagt in deze adventstijd een paars kazuifel. Paars is de kleur van bezinning, boete en bekering. In de advent wordt het ‘Eer aan God’ (Gloria) niet gebeden of gezongen. Dit vreugdelied zongen de engelen in Betlehem bij de geboorte van Jezus. We zingen het in de Advent niet, omdat de Advent een tijd van inkeer is: zo klinkt het met Kerstmis weer als een nieuw lied. Dat nieuwe lied mogen we met Kerstmis met de engelen meezingen, vol blijdschap om de geboorte van Jezus.

De eerste lezingen in de Advent zijn voor het merendeel genomen uit de profeet Jesaja, die Israël op weg zette om de Verlosser te ontvangen. Jesaja schetst verschillende beelden over Diegene die gaat komen. In de Evangelies komen we vaak de laatste grote profeet van het Oude Testament tegen, Johannes de Doper, de voorloper van Jezus. De Advent is liturgisch gezien een ‘Mariamaand’. Met Maria zien wij vol verwachting uit naar Jezus die naar ons toekomt.

Om ons goed op het Kerstfeest voor te bereiden treft u bij de adventskalender vanaf 29 november voor iedere dag van deze Advent een overweging aan. Elke overweging is gebaseerd op één van de lezingen die het Romeins Missaal aangeeft voor de Eucharistieviering van die dag; een prima ondersteuning voor ieder van ons om dieper na te denken over de komst én de wederkomst van Christus!

< De Katechismus van de Katholieke Kerk

Elk jaar in deze tijd worden we aangemoedigd onze harten voor te bereiden op Jezus’ komst met Kerstmis. Het is een tijd om na te denken over de komst van de eeuwige Zoon van God in ruimte en tijd. De Katechismus van de Katholieke Kerk drukt het als volgt uit:

522 De komst van de Zoon van God op aarde is een zo overweldigend gebeuren dat God het gedurende eeuwen heeft willen voorbereiden. Riten en offers, voorafbeeldingen en symbolen van het “eerste verbond” (Heb. 9,15), Hij heeft ze alle laten samenkomen in Christus; Hij kondigt Hem aan bij monde van de profeten die elkaar in Israël opvolgen. Hij wekt bovendien in het hart van de heidenen de vage verwachting van deze komst.
523 De heilige Johannes de Doper is de onmiddellijke voorloper van de Heer, gezonden om voor Hem de weg te bereiden. Als “profeet van de Allerhoogste” ( Lc. 1,76) overtreft hij alle profeten, hij is de laatste van hen, hij staat aan het begin van het evangelie, hij begroet de komst van Christus vanuit de schoot van zijn moeder en hij vindt er zijn vreugde in “de vriend van zijn bruidegom” (Joh. 3,29) te zijn die hij aanduidt als “het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt” (Joh. 1,29). Aan Jezus voorafgaand “met de geest en de kracht van Elia”, (Lc. 1,17) legt hij getuigenis van Hem af door zijn prediking, zijn doopsel van bekering en tenslotte zijn marteldood.
524 Door elk jaar de liturgie van de advent te vieren actualiseert de kerk deze verwachting van de Messias: door deel te nemen aan de lange voorbereiding van de eerste komst van de Verlosser hernieuwen de gelovigen het vurig verlangen naar zijn tweede komst. Door de viering van de geboorte en de marteldood van de voorloper sluit de kerk zich aan bij zijn verlangen: “Hij moet groter worden, maar ik kleiner” (Joh. 3,30).

< Adventskalender jaar A

< 1e zondag van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 2, 1-5
De openbaring over Juda en Jeruzalem, die Jesaja, de zoon van Amos, in een visioen ontving: Op het einde der dagen zal het gebeuren, dat de berg van het huis van Jahwe vast zal staan als de eerste der bergen, verheven boven de heuvels; en alle volken stromen naar hem toe, naties gaan op weg en zeggen: “Komt, laat ons gaan naar de berg van Jahwe, naar het huis van Jakobs God: dan zal Hij ons zijn wegen wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen. Ja, uit Sion komt Gods onderricht, uit Jeruzalem het woord van Jahwe.”
Hij zal recht doen tussen de vele volken, en machtige naties tuchtigen. Dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen en hun speerpunten tot sikkels. Geen volk heft het zwaard meer tegen een ander en de oorlog leren ze niet meer. Huis van Jakob, komt, laat ons wandelen in het licht van Jahwe.

Tweede lezing uit de brief van apostel Paulus aan de Romeinen 13, 11-14
Broeders en Zusters, gij kent de tijd waarin wij leven, gij weet dat het uur om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Thans is ons heil dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken der duisternis en ons wapenen met het licht. Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlichte dag, en ons onthouden van braspartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd. Bekleedt u met de Heer Jezus Christus, en koestert geen zondige begeerten meer.

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 24, 37-44
In die tijd zei Jezus tot Zijn leerlingen: “Zoals het ging in de dagen van Noach, zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon. Zoals toch de mensen in de dagen voor de zondvloed doorgingen met eten en drinken, met huwen en ten huwelijk geven, tot op de dag, waarop Noach de ark binnenging, en zij niets vermoedden, totdat de zondvloed kwam en allen wegrukte: zo zal het ook gaan bij de komst van de Mensenzoon. Dan zullen er twee op de akker zijn: de een wordt meegenomen, de ander achtergelaten; twee vrouwen zullen met de molen aan het malen zijn: de een wordt meegenomen, de andere achtergelaten. Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt. Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur van de nacht de dief zou komen. zou hij blijven waken en in zijn huis niet laten inbreken. Weest ook gij dus bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur, waarop gij het niet verwacht.”

Overweging
Kom, laat ons optrekken naar de berg van de HEER (Jesaja 2,3).

Op de flanken van de Mount Everest liggen tegenwoordig op verschillende hoogtes een heel aantal basiskampen van waaruit honderden bergbeklimmers tochten ondernemen. Velen van hen doen iets wat bij ons vreemd zal overkomen: op verschillende hoogten klimmen ze op en neer. Op die manier went hun lichaam aan de grote hoogte waar de lucht ijler is. Deze bergsporters weten dat het dwaasheid zou zijn om te proberen rechtstreeks naar boven te gaan zonder je lichaam te trainen voor het leven nabij de top.

Bij het begin van de Advent nodigt Jesaja ons uit op te trekken naar de berg van de Heer. Hij nodigt ons uit een reis te gaan maken die ons dichter bij Jezus brengt en dichter bij de wensen van ons hart. Maar net als bij elke bergbeklimming is dit geen gewoon uitstapje. De voorbereiding is van groot belang. Zoals mensen die de Mount Everest beklimmen er maanden voor uittrekken om hun doel te bereiken, hebben ook wij een hele periode van vier weken om ons klaar te maken voor Kerstmis. Laten we dus een goed plan uitstippelen!

Laten we te werk gaan als een bergbeklimmer die een gezond ontbijt nodig heeft om energie op te slaan voor de klim van de dag. Daarom is het een goed idee om elke morgen wat tijd te reserveren om ons te voeden in gebed en schriftlezing. En net zoals ervaren klimmers zo min mogelijk bagage bij zich hebben, moeten wij elke dag ons geweten onderzoeken zodat we ons kunnen bekeren van onze zonden. Op die manier kunnen we vrij blijven van onnodige ballast uit het verleden.

Bergbeklimmers kennen de voordelen van een gelijkmatig tempo. Ze leggen iedere keer een etappe af in het besef dat het onmogelijk is de top in een keer te bereiken. Zo moeten ook wij deze Advent ingaan met een zeker geduld. Het enige wat we hoeven te doen is elke dag een paar stappen zetten om dichter bij ons doel te komen; een krachtige sprint zou ons binnen de kortste keren uitputten en gefrustreerd achterlaten.

Jezus weet hoe graag we bij Hem willen zijn en Hij wil ons onderweg helpen bij elke stap. Neem vandaag dus wat tijd om een plan op te stellen voor deze Advent. U zult verbaasd zijn hoe ver u op Kerstmis bent gekomen!

Gebed
Heer, U weet dat ik van U houd.
Leer me hoe ik deze tijd van genade het beste kan gebruiken.
Heer, ik wil U beter leren kennen! Amen.

< Dag 2 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 4, 2-6
Op die dag zal datgene wat Jahwe laat ontluiken een luisterrijk sieraad zijn, zal de vrucht van het land een heerlijke tooi zijn voor de overlevenden van Israël. Wie tot de rest van Sion behoort, wie in Jeruzalem gespaard bleef, wordt dan heilig genoemd: allen die in Jeruzalem ten leven staan opgeschreven. Wanneer Jahwe de drek van Sions dochters heeft weggewist en het bloed van Jeruzalem heeft weggespoeld in een storm van oordeel en een storm van verwoesting, dan schept Jahwe boven heel het domein van de berg Sion en boven degenen die er vergaderd zijn een wolk bij dag, en rook met glans van vlammend vuur bij nacht. Ja, op alles zal de heerlijkheid rusten als een baldakijn, als een tent die schaduw biedt tegen de hitte overdag en beschutting tegen stortbuien en regen.

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 8, 5-11
In die tijd toen Jezus in Kafarnaum aangekomen was, kwam een honderdman naar Hem toe en riep zijn hulp in met de woorden: “Heer, mijn knecht ligt verlamd in mijn huis en lijdt vreselijk pijn.” Jezus sprak tot hem: “Ik zal hem komen genezen.” Maar de honderdman antwoordde: “Heer, ik ben het niet waard dat Gij onder mijn dak komt; maar een enkel woord van U is voldoende om mij knecht te doen genezen. Want al ben ik zelf een ondergeschikte, ik heb weer manschappen onder mij; en tot de een zeg ik: ga, en hij gaat; en tot een ander: kom, en hij komt; en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het.” Toen Jezus dit hoorde, stond Hij verwonderd en zei tot hen die Hem volgden: “Voorwaar Ik zeg u: Bij niemand in Israel heb ik een zo groot geloof gevonden. Ik zeg u, dat velen uit het oosten en het westen zullen komen en met Abraham en Isaak en Jakob zullen aanzitten in het Rijk der hemelen.”

Overweging
Wie tot de rest van Sion behoort … wordt dan heilig genoemd. (Jesaja 4,3)

Wat roept de profeet hier een prachtig beeld op! De bewoners van Jeruzalem, met hun door de zonde verduisterde zielen, zouden weer gereinigd worden. Hun overtredingen zouden van hen worden weggenomen en God zal voor hen zijn tot “als een tent die schaduw biedt tegen de hitte overdag en beschutting tegen stortbuien en regen” (Jesaja 4,6).

Maar hoe mooi dit beeld ook is, er kleeft ook iets aan van ernst en waarschuwing. Want ze zullen deze situatie van heiligheid en welbevinden alleen bereiken wanneer de Heer hen grondig reinigt “in een storm van oordeel” (Jesaja 4,3).

Dat klinkt niet erg aantrekkelijk, hè? Althans niet op de korte termijn. Wie wil er nu in de storm van Gods oordeel komen? Wilt u niet veel liever dat God met een toverstaf zwaait en doet alsof er niets gebeurd is?

In werkelijkheid is het veel beter voor ons dat we worden gereinigd dan dat we op een magische manier vergeving krijgen. Waarom? Omdat de reiniging een verandering met zich meebrengt die niet bewerkt kan worden door louter vergeving. Als we eens goed en grondig naar onszelf kijken dan gaan we beter aanvoelen hoe we de Heer beledigd hebben. We gaan zien hoe onze gedachten en daden ons van Jezus hebben verwijderd en hoe de mensen in onze omgeving erdoor gekwetst zijn. En als we dit zien dan worden we diep geraakt en willen we veranderen. We willen niet alleen dat de Heer ons onze zonden vergeeft, maar dat Hij een nieuwe schepping van ons maakt. We willen een nieuw hart zodat we Hem en onze omgeving niet langer pijn doen. Kortom, we willen gereinigd worden omdat we weten dat dit de enige manier is om echt vrij gemaakt te worden.

Neem in deze Adventsperiode wat tijd om goed naar uw leven te kijken. Gebruik het gewetensonderzoek om u daarbij te helpen. Neem vervolgens datgene wat u over uzelf hebt geleerd mee naar het Sacrament van Verzoening. Laat u door Hem reinigen en nieuw maken. Dan zult u weten wat het betekent om Jezus te hebben als uw eigen welbevinden en beschutting!

Gebed
Heer, kom me bevrijden zodat ik kan leven in Uw vrede.
Spreek slechts één woord en ik zal genezen zijn. Amen.

< Dag 3 van de advent

Eerste lezing uit de Brief aan de Romeinen 10, 9-18
Broeders en zusters, als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is, en als uw hart gelooft dat God Hem van de doden heeft opgewekt, zult gij gered worden. Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond het heil. Zo zegt het de Schrift: “Niemand die in Hem gelooft zal worden teleurgesteld.” Er bestaat geen verschil tussen Jood en heiden. Zij hebben allen dezelfde Heer, rijk aan gaven voor allen die Hem aanroepen. Want alwie de naam des Heren aanroept, zal gered worden. Maar hoe kan men Hem aanroepen zonder in Hem te geloven? Hoe in Hem geloven zonder van Hem te hebben gehoord? Hoe kan men van Hem horen als niemand Hem verkondigt? En hoe zullen zij Hem verkondigen als zij niet zijn gezonden? Gelijk er geschreven staat: “Hoe lieflijk zijn de voeten van hen die het goede nieuws brengen?” Maar niet allen hebben aan het goede nieuws gehoor gegeven. Jesaja zegt het reeds: “Heer, wie heeft geloof geschonken aan onze prediking?” Zo ontstaat dan het geloof door de prediking en de prediking geschiedt in opdracht van Christus. Maar, zo vraag ik, hebben zij haar misschien niet gehoord? Toch wel: “Hun geluid heeft zich over de gehele aarde verspreid en hun woorden weerklonken tot aan de uiteinden der wereld.”

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 4, 18-22
Toen Jezus zich eens bij het meer van Galilea ophield, zag Hij twee broers, Simon die Petrus wordt genoemd en diens broer Andreas. Zij waren bezig het net uit te werpen in het meer; het waren namelijk vissers. Hij sprak tot hen: “Komt, volgt Mij; Ik zal u vissers van mensen maken.” Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem. Iets verder zag Hij nog twee broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en diens broer Johannes; met hun vader Zebedeüs waren zij in de boot netten aan het klaarmaken. Hij riep hen, en onmiddellijk lieten zij de boot en hun vader achter en volgden Hem.

Overweging
Hoe lieflijk zijn de voeten van hen die goed nieuws brengen. (Romeinen 10,15)

Met deze woorden uit het boek Jesaja schildert Paulus een beeld van iemand die zich vol ijver inzet voor de prediking van het goede nieuws van het koninkrijk van God. Het woord “voeten” beklemtoont hoe mensen die met hart en ziel het evangelie verkondigen altijd in beweging zijn, soms rustig aan maar op andere momenten vol vuur en bijna niet te houden. In hen zie je hoe mooi het is om standvastig te zijn, bekleed met de waardigheid van een kind van God. Hoezeer zal God genieten van degene die het evangelie verkondigt, die met Hem wandelt en volhoudt tot het einde!

Wat een volmaakte beschrijving van de apostel Andreas! Als leerling van Johannes de Doper hoorde Andreas Johannes getuigen van Jezus (Johannes 1,36). Hij nam Jezus’ uitnodiging aan om bij hem thuis verblijf te houden, waarop hij onmiddellijk in actie kwam. Hij liep hard om het goede nieuws – “We hebben de Messias gevonden!” – te melden aan zijn broer Petrus (Johannes 1,28-42). Drie jaar trok Andreas met Jezus rond, hij zag Hem wonderen doen en werd door Hem onderwezen over het koninkrijk. Zelfs nadat Jezus was gestorven en opgestaan, bleef Andreas in beweging, net als zijn Meester. Hij bracht het goede nieuws de wereld in en reisde helemaal tot Constantinopel voordat hij ten slotte zijn leven gaf voor de Heer in de stad Patras (in het huidige Griekenland).

Het is een inspirerende gedachte hoe mooi, hoe goed en hoe aangenaam Andreas’ trouwe volharding was voor de Vader. Maar weet u wel dat ook u voor die schoonheid geschapen bent? Hoe ver u ook al op weg bent op uw reis met Jezus, u kunt nog meer voor Hem en zijn Kerk doen.

Het hoeft niet moeilijk te zijn om andere mensen over de Heer te vertellen. Het enige wat u moet doen is uw eigen ervaringen met Jezus met hen delen, hoe Hij u heeft genezen misschien, of hoe u zijn liefde bent gaan kennen. U kunt eenvoudig beginnen, door het te delen met uw familie of vrienden. U hebt er geen diploma in de theologie voor nodig. U hoeft niet overal een antwoord op te hebben. U hoeft alleen maar te zeggen wat u op uw hart hebt. De Heilige Geest zorgt voor de rest.

Gebed
Jezus, ik wil niet stil staan. Leer me hoe ik vooruit kan blijven gaan, net als Andreas deed, om het goede nieuws te brengen naar iedereen die ik ken. Amen.

< Dag 4 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 25, 6-10a
In die dagen zal de Heer der hemelse machten voor alle volkeren op deze berg een gastmaal aanrichten; een gastmaal van vette spijzen, een gastmaal van belegen wijnen: vette spijzen met merg bereid, belegen wijnen zuiver als kristal. Op deze berg zal Hij de sluier verscheuren die ligt over alle volkeren en de doek die uitgespreid ligt over alle naties. De Heer zal voor immer de dood vernietigen; Hij zal de tranen van alle gezichten afwassen, en de schande van zijn volk wegnemen van heel het aardoppervlak. Want zo heeft de Heer besloten. Op die dag zal men zeggen: Dat is onze God op wie wij hoopten, Hij heeft ons gered; dit is de Heer op wie wij ons vertrouwen hadden gesteld: laat ons jubelen en ons verheugen in de redding die Hij ons bracht.

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 15, 29-37
In die tijd kwam Jezus eens langs het meer van Galilea. Hij ging de berg op en zette zich daar neer.Talrijke mensen stroomden naar Hem toe, die lammen, gebrekkigen, blinden, stommen en vele anderen met zich mee voerden om ze aan zijn voeten neer te leggen. Hij genas hen, tot verbazing van het volk dat zag hoe stommen spraken en gebrekkigen gezond werden, lammen liepen en blinden konden zien. En zij verheerlijkten de God van Israël. Jezus riep zijn leerlingen bij zich en sprak: “ik heb medelijden met al deze mensen, omdat ze al drie dagen lang bij Mij blijven zodat ze nu zonder voedsel zijn; maar Ik wil hen niet laten gaan zonder dat zij eerst gegeten hebben, omdat Ik vrees dat zij anders onderweg zullen bezwijken.” De leerlingen merkten echter op: “Waar halen wij op een zo eenzame plaats genoeg brood vandaan om al dat volk te verzadigen?” Jezus vroeg hun: “Hoeveel broden hebt ge dan?” “Zeven – antwoordden zij – en wat visjes.” Nadat Hij het volk gelast had op de grond te gaan zitten nam Hij de zeven broden en de vissen welke Hij na het spreken van het dankgebed brak, en ze aan de leerlingen gaf, die ze weer aan het volk gaven. Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog zeven volle manden op.

Overweging
Zeven manden vol. (Matteüs 15,37)

God komt in de evangelielezing van vandaag naar voren als een gastheer die niet zo goed is in het inschatten van wat nodig is: Hij heeft de neiging om zijn gasten veel meer te geven dan ze nodig hebben – zelfs meer dan ze op kunnen. Niet alleen was iedereen verzadigd, er waren zelfs zeven volle manden voedsel over. In de Bijbel wordt het getal zeven vaak gebruikt voor volledigheid of volheid. We kunnen dus zeggen dat Jezus ons niet alleen meer wil geven dan we nodig hebben, Hij wil ons zelfs laten zien dat er overvloed is!

Als volgelingen van Jezus mogen we erop vertrouwen dat God ieder van ons zo royaal zal bedelen dat we nog volop overhouden. Hij wil ons een overvloed geven aan hoop, vrede, blijdschap, perspectief en vrijheid. Hij wil ons genezen, ons kracht geven en vrij maken – en wel op een zodanige manier dat we nog zeer veel – “zeven manden” – over hebben om aan iedereen uit te delen!

Maar er zijn ook momenten dat we het gevoel hebben dat we het niet verdienen. Of dat we door eerdere zonden of teleurstellingen zijn gaan twijfelen of God ons wel wil helpen. Als er dergelijke gedachten bij u opkomen probeer er dan eens aan te denken hoe royaal Jezus zichzelf aan ons schenkt in zijn Lichaam en Bloed. Dag na dag, week na week komt Hij ons voeden met een overvloed aan genade. We komen leeg en behoeftig naar het altaar, en daar voorziet Hij in elke behoefte en voedt Hij ons met het brood van zijn leven. We mogen voelen dat Hij ons weer naar zich toetrekt wanneer we ons openstellen voor zijn goedheid.

Soms kunnen we het gevoel hebben dat een deel van ons leven leeg is, dat we ver van huis zijn. Of we hebben het gevoel dat alle blijdschap en vrede uit ons is weggestroomd omdat we overwerkt zijn. Of we steken zoveel tijd in de zorg voor iemand anders dat we het gevoel hebben dat er voor onszelf niets overblijft. In dergelijke omstandigheden kunnen we altijd troost vinden in Jezus’ eucharistische aanwezigheid – tijdens de viering of de stille aanbidding. Hij kan onze leegte vullen wanneer we naar Hem kijken en ons hart uitstorten. We mogen nooit te gering denken over de krachten die God kan aanwenden om voor ons te zorgen. God is echt een royale – ja zelfs een overweldigende – gastheer!

Gebed
Jezus, vul de lege hoeken van mijn leven met Uw overvloedige gaven – ja, vul zelfs de donkere hoeken die ontstaan zijn door mijn zonde. Help me op U te vertrouwen, Heer. Amen.

< Dag 5 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 26, 1-6
Op die dag zal dit lied gezongen worden in het land van Juda: Een sterke stad is de onze, de bescherming van de Heer dient haar tot muur en wal. Opent de poorten en laat binnentrekken de rechtvaardige natie die Hem trouw gebleven is. Die standvastig zijn van hart omringt Gij met uw vrede, want op U hebben zij hun vertrouwen gesteld. Vertrouw op de Heer voor immer en altijd, want de Heer is een rots die de eeuwen trotseert. Hij vernedert die in de hoogte wonen. Hooggelegen vestingen haalt Hij naar beneden; Hij laat ze neerstorten in de diepte, Hij laat ze vallen in het stof. Ze worden door voeten vertrapt, de voeten van armen, de voeten van de zwakken.

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 7, 21+24-27
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is. leder nu die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots. Maar ieder die deze woorden van Mij hoort doch er niet naar handelt, kan men vergelijken met een dwaas die zijn huis bouwde op het zand. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig verwoest werd.”

Overweging
Open de poorten: laat het volk binnen dat rechtvaardig is. (Jesaja 26,2)

Wat een bijzonder beeld geeft Jesaja hier van het koninkrijk van God! Hij beschrijft het als “een sterke stad” met “muren en bolwerken” om de bewoners te beschermen tegen vreemde overvallen. Hij roept het koninkrijk ook op om zijn poorten te openen. Maar hoe kan een stad veilig zijn als haar poorten naar de buitenwereld wijd open staan? Is dat geen al te groot risico?

Een gezonde stad heeft inderdaad zowel muren als poorten nodig. Ze moet beschermd zijn tegen vijanden die haar in haar bestaan kunnen bedreigen. Maar ze heeft ook poorten nodig om voorraden binnen te laten die haar in stand houden en om nieuwe ideeën toe te laten die haar helpen groeien. Geen enkele stad kan overleven in een volledig isolement, en in zekere zin geldt dat ook voor het koninkrijk van God!

Wat de kerk betreft heeft de geschiedenis aangetoond hoe gevaarlijk het is om meer nadruk te leggen op de poorten dan op de muren – en omgekeerd. Als we ons te veel met de muren bezighouden dan lopen we het gevaar dat onze parochies veranderen in bolwerken die uitsluitend bestaan om ons gedachtegoed en onze levenswijze in stand te houden. Daardoor dreigt ons leven star te worden en voor anderen onaantrekkelijk. Als we daarentegen te veel aandacht besteden aan de poort, als we te veel nadruk leggen op openheid, dan kunnen we er zo op gebrand raken nieuwe ideeën en mensen in ons midden op te nemen dat we onze unieke eigenheid en onze opdracht als Kerk uit het oog verliezen.

Hoe kunnen we dus als Kerk het evenwicht bewaren? Door Jezus te vragen of Hij onze muur en onze poort wil zijn, in plaats van te trachten die rollen zelf op ons te nemen. Met Jezus als onze poort leren we elke mens te verwelkomen als zijn geliefde, als iemand die Hij heeft gestuurd om lief te hebben en om van te leren. We leren ook elk contact met de wereld om ons heen te beschouwen als een nieuwe gelegenheid om aan het koninkrijk te bouwen. En door ons te laten beschermen door Jezus – door zijn onderwijs, door zijn Kerk en door zijn Geest – vermijden we het gevaar om zelf rechter, jury en beul te willen worden tegen elke bedreiging die we zien. Vergeet niet dat de Kerk van Jezus is. Hij is maar al te goed in staat om haar te verdedigen naar zijn eigen wijsheid en op zijn eigen tijd.

God geve dat we allemaal de vrede en de zekerheid mogen kennen die nodig zijn om onszelf en het koninkrijk in de sterke maar tegelijk zachte handen van Jezus neer te leggen.

Gebed
Jezus, ik vertrouw mijn leven en de Kerk aan U toe.
Kom en maak ons tot een sterke en levendige stad van licht. Amen.

< Dag 6 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 29, 17-24
Zo spreekt de Heer: “Nog een korte tijd, en de Libanon verandert in een boomgaard, en die boomgaard wordt met een woud gelijkgesteld. Op die dag horen de doven wat uit een boek wordt voorgelezen, en zien de blinden, want hun ogen zijn bevrijd van duisternis en donker. De armen vinden hun vreugde weer in Jahwe, de misdeelden in het land juichen om de Heilige van Israel. Dan is het gedaan met de verdrukkers, dan is het uit met de opscheppers; allen die zinnen op kwaad, worden uitgeroeid: zij die door hun getuigenis anderen helpen veroordelen, die de rechters in de poort proberen te strikken, die onschuldigen door bedrog hun recht onthouden. Daarom zegt Jahwe, de God van Jakobs huis, Hij die Abraham heeft verlost: Nu zal Jakob niet meer beschaamd worden, zijn aangezicht zal niet meer verbleken. Als hij met zijn kinderen ziet wat Ik doe in hun midden, zullen zij de heiligheid van mijn naam erkennen. Zij zullen de heiligheid van Jakobs Heilige erkennen, ontzag hebben voor de God van Israel. Zij die verward zijn komen tot inzicht, de misnoegden laten zich onderrichten.”

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteus 9, 27-31
In die tijd waren er twee blinden die Jezus volgden en luid riepen: “Heb medelijden met ons Zoon van David.” Toen Hij thuis gekomen was, kwamen de blinden naar Hem toe. Jezus sprak tot hen: “Gelooft gij dat ik de macht bezit om dit te doen?” Zij antwoordden: “Zeker, Heer.” Daarop raakte Hij hun ogen aan en zeide: “U geschiede naar uw geloof.” En hun ogen gingen open. Jezus vermaande hen op strenge toon: “Zorgt dat niemand dit te weten komt.” Maar eenmaal buiten verbreidden ze zijn faam in heel die streek.

Overweging
Zorg dat niemand het te weten komt. (Matteüs 9,30)

Beide mannen waren hun fysieke gezichtsvermogen kwijtgeraakt. Maar ze begonnen te zien met hun geestelijke ogen. Door Jezus “Zoon van David” te noemen, gaven ze te kennen dat ze al waren gaan inzien dat Jezus geen gewone man was (Matteüs 9,27). Zonder aarzelen riepen ze om barmhartigheid. Ze verkondigden met zekerheid dat Jezus hen kon genezen, en direct werden hun ogen geopend.

Jezus was beslist anders dan ieder ander die ze hadden horen spreken. Zijn woorden vervulden hen van hoop en schonken hun vrede, ze raakten hun hart. Hij sprak over schatten in de hemel, over een Vader die hun hart ziet en die blij is met hun nederigheid. Misschien was Hij wel de Messias!

Jezus wist dat de boodschap zich zou verspreiden als Hij mensen genas en onderricht gaf. En dat er ook velen zouden zijn die een verkeerd beeld zouden hebben van wie Hij was en waarom Hij was gekomen. Er waren mensen die uitkeken naar een politieke bevrijder die leiding zou geven aan een gewelddadige opstand tegen Rome. Anderen keken uit naar een persoonlijke bevrijder die de ongemakken uit hun leven zou wegnemen. En weer anderen keken uit naar een ideologische leider die hun opvatting over de wet van Mozes zou bevestigen en die iedereen het zwijgen zou opleggen die het niet met hen eens was. Zelfs zijn beste apostelen vonden het moeilijk zijn zending te begrijpen. Het is dan ook geen wonder dat Jezus deze twee mannen vroeg om hun mond te houden!

Wij staan vandaag voor soortgelijke uitdagingen. Sommige mensen meten de zegen die zij van God ontvangen af aan hun materiële welstand. Anderen bidden alleen maar als ze in een crisis zitten. Weer anderen zien Jezus als degene die wel zal afrekenen met hun vijanden.

Wat is het dan goed te weten dat Jezus nu niet meer wil dat we onze mond houden! Hij wil in feite dat we het evangelie zoveel mogelijk en zo helder mogelijk verkondigen. Hij wil dat we iedereen in onze omgeving vertellen over het soort Messias dat Hij werkelijk is. Hij is onze Redder en Verlosser. Hij is onze vriend en broer. Hij is de weg naar de hemel voor allen die geloven. Net als de blinden die tot Jezus riepen en genezen werden geeft Hij antwoord aan ieder die Hem aanroept. Laten we ons in deze Advent dus ten doel stellen dat we iedereen vertellen over de wonderen van onze God!

Gebed
Jezus, open mijn hart om de mensen in mijn omgeving lief te hebben.
Open ook mijn lippen om Uw goede nieuws met anderen te delen! Amen.

< Dag 7 van de advent

Eerste lezing uit Jesaja 30, 19-21+23-26
Zo spreekt de Heer, de heilige God van Israël: “Volk van Sion dat in Jeruzalem woont, gij zult niet langer wenen: De Heer zal u genadig zijn, zodra Hij uw geweeklaag hoort; Hij zal u antwoorden, zodra Hij uw geroep verneemt. Hij zal u het brood der verdrukking schenken en het water der nood. Uw leraar zal zich niet langer verbergen, uw ogen zullen de Leidsman zien. En uw oren zullen een stem achter u horen die zegt: ‘Dit is de weg, volg hem, waarheen hij u ook leidt.’ De Heer zal het laten regenen voor het zaad dat gij op uw akkers zaait; en het graan dat uw land voortbrengt zal voedzaam zijn en overvloedig. Op die dag zullen uw kudden grazen op onafzienbare weiden. En de ossen en de ezels die uw land beploegen zullen veevoer vreten met zout gemengd en met wan en gaffel gezuiverd. Van alle hoge bergen en alle hoge heuvels zal het water in beken naar beneden stromen, op de dag van de grote slachting, de dag dat de vestingen vallen. Dan zal het licht van de maan zijn als het licht van de zon, en het licht van de zon zal zeven keer zo sterk zijn op de dag dat de Heer de wonden van zijn volk verbindt en Hij de striemen geneest die Hij geslagen heeft.”

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 9, 35 – 10, 1+5-8
In die tijd ging Jezus rond door alle steden en dorpen, waar Hij onderricht gaf in hun synagogen en de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk en alle ziekten en kwalen genas. Bij het zien van die menigte mensen werd Hij door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder. Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: “De oogst is wel groot maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten.” Hij riep zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om de onreine geesten uit te drijven en alle ziekten en kwalen te genezen. Deze twaalf zond Jezus uit met de opdracht: “Begeeft u niet onder de heidenen en gaat niet binnen in een stad van de Samaritanen; gij moet veeleer gaan naar de verloren schapen van het huis van Israël. Verkondigt op uw tocht: Het Koninkrijk der hemelen is nabij. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen en drijft duivels uit. Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven.”

Overweging
Het koninkrijk der hemelen is ophanden! (Matteüs 10,7)

Gelovige Joden wachtten al duizenden jaren op de vervulling van Gods beloften. Ze keken uit naar de dag waarover Jesaja had gesproken, de dag waarop ze niet langer zouden wenen en waarop God al hun gebeden zou verhoren. Ze verlangden ernaar dat de tijd zou komen waarop God hen zou sterken met zijn heilzame brood en zijn levende water, de dag waarop Hijzelf hen zou onderwijzen en leiden en waarop Hij elke wond zou genezen. Ze wisten dat God hen had uitgekozen om deze nieuwe tijd in te luiden, en daarom wachtten ze tot het moment daar was.

Eindelijk kwam Jezus om goed nieuws te verkondigen. Het koninkrijk is gekomen! Overal waar Hij kwam onderstreepte Hij zijn woorden met tekenen en wonderen. Hij genas mensen van allerlei ziektes en kwalen en heelde gebroken harten. Hij bevrijdde zijn volk uit de greep van de zonde en van de kwelling van onreine geesten. Hij liet hen zien hoeveel God van hen hield, hoe diep Hij bewogen was “omdat ze geplaagd en gebroken waren” (Matteüs 9,36).

Toch waren er ook mensen die maar moeilijk konden begrijpen waar Jezus mee bezig was. Velen waren slachtoffer van politieke en economische onderdrukking en zagen om die reden uit naar politieke vrijheid. Ze hadden moeite om het geestelijk koninkrijk in hun midden te zien omdat het geen directe verandering bracht in hun uiterlijke omstandigheden. U kunt zich voorstellen hoe teleurstellend het voor hen geweest moet zijn toen bleek dat Jezus geen belangstelling had voor het omverwerpen van het heersende regime en de bevrijding van Palestina van de Romeinen!

Natuurlijk wil God dat wij ons best doen om al het onrecht in de wereld te overwinnen. Hij wil ons maken tot werktuigen van zijn vrede en verzoening. Maar Hij wil wel dat al het werk dat we op dit vlak doen voortkomt uit ons leven in zijn koninkrijk. Hij wil dat we zijn gezanten worden, boodschappers die de mensen op deze wereld melden dat er een andere manier van leven bestaat – een betere manier.

Laat u vandaag door de belofte van Gods koninkrijk met hoop vervullen. En laat die belofte u in beweging zetten om de wereld in te gaan en vrucht te dragen die blijvend zal zijn!

Gebed
Jezus, ik geloof dat Uw koninkrijk is gekomen, en ik wil er graag vandaag de zegen van ondervinden.
Genees me, voed me en laat Uw licht schijnen in de donkere hoekjes van mijn hart.
Heer, ik wil leven voor U! Amen.

< 2e zondag van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 11, 1-10
In die zal een twijg ontspruiten aan de stronk van Isai, een telg ontbloeit aan zijn wortel. De geest van Jahwe rust op hem, een geest van wijsheid en inzicht, een geest van beleid en sterkte, een geest van kennis en ontzag voor Jahwe – hij ademt ontzag voor Jahwe. Niet naar uiterlijke schijn spreekt hij recht en hij doet geen uitspraak op grond van loze geruchten; hij geeft de geringen hun recht en de armen in het land krijgen een eerlijk vonnis. Hij kastijdt de verdrukkers met de roede van zijn mond en de bozen doodt hij met de adem van zijn lippen. Gerechtigheid draagt hij als een gordel om zijn lenden, en trouw als een gordel om zijn heupen. De wolf en het lam wonen samen, de panter vlijt zich neer naast het bokje, het kalf en de leeuw weiden samen: een kleine jongen kan ze hoeden. De koe en de berin sluiten vriendschap, hun jongen liggen bijeen. De leeuw eet haksel als het rund, de zuigeling speelt bij het hol van de adder, het kind strekt zijn hand uit naar het nest van de slang. Niemand doet nog kwaad of handelt nog verderfelijk op heel mijn heilige berg; want de kennis van Jahwe vervult het hele land, zoals het water heel de bodem van de zee bedekt. Op die dag staat de wortel van Isai als een banier voor de volken opgericht: de volken zoeken hem op, en zijn woonplaats zal luisterrijk zijn.

Tweede lezing uit de brief aan de Christenen van Rome 15, 4-9
Broeders en zusters, alles wat eertijds is opgeschreven, werd opgetekend tot onze lering, opdat wij door de volharding en de vertroosting die wij putten uit de Schrift in hoop zouden leven. God, die de volharding en de vertroosting schenkt, verlene u ook eensgezindheid in de geest van Christus Jezus, opdat gij een van hart en uit een mond de God en Vader van onze Heer Jezus Christus moogt verheerlijken. Aanvaardt daarom elkander als leden van een gemeenschap, zoals ook Christus ons in zijn gemeenschap heeft opgenomen, ter ere Gods. Ik bedoel dit: ter wille van Gods trouw is Christus dienaar geweest van het Joodse volk, om de beloften aan de aartsvaders waar te maken; maar de heidenen moeten God verheerlijken om zijn erbarming, volgens het woord van de Schrift: Daarom zal ik U loven onder de heidenen en uw naam met psalmen prijzen.

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 3, 1-12
In die tijd trad Johannes de Doper op en predikte in de woestijn van Judea: “Bekeer u, want het Rijk der hemelen is nabij.” Deze toch is het die de profeet Jesaja bedoelde, toen hij zeide: Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.
Johannes nu droeg een kleed van kameelhaar en een leren gordel om zijn lenden. Zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing. Toen trok Jeruzalem, Judea en heel de Jordaanstreek naar hem uit en zij lieten zich door hem dopen, terwijl zij hun zonden beleden. Maar toen hij vele Farizeeën en Sadduceeën zag komen om gedoopt te worden, sprak hij tot hen: “Adderengebroed, wie heeft u voorgespiegeld, dat ge de dreigende toorn kunt ontvluchten? Brengt dus vruchten voort die passen bij bekering, en neemt niet een houding aan alsof ge bij uzelf zegt: Wij hebben Abraham tot vader! Waarachtig, ik zeg u, dat God de macht bezit voor Abraham uit deze stenen kinderen te verwekken! Reeds ligt de bijl aan de wortel van de bomen. Elke boom dus die geen goede vrucht draagt, wordt omgekapt en in het vuur geworpen. Ik doop u met water, opdat ge u bekeren moogt; Hij die na mij komt, is sterker dan ik, en ik ben niet waardig Hem van zijn sandalen te ontdoen. Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. De wan heeft Hij in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer grondig zuiveren; zijn tarwe zal Hij in de schuur verzamelen, maar het kaf verbranden in onblusbaar vuur.”

Overweging
Bekeer u! (Matteüs 3,2)

Johannes de Doper was Israëls grootste publiekstrekker sinds Elia, de profeet die negen eeuwen eerder vuur uit de hemel afriep. Wat maakte deze kluizenaar – gekleed in dierenhuiden en met een strenge wijsvinger – zo aantrekkelijk voor de menigte? Geloof het of niet, het was zijn oproep tot bekering.

Wanneer Johannes zijn toehoorders opriep zich van de zonde af te keren gaf hij hun ook beloften van herstel. God wilde meer doen dan alleen hun fouten vergeven. Hij wilde de sluizen van de hemel openen en hen overspoelen met zijn liefde en hen opheffen naar een nieuw niveau van genezing, verzoening en vrede.

Advent is bedoeld als een tijd waarin ook wij Johannes’ woorden zouden horen en ons eigen hart klaarmaken voor Jezus. Elke dag opnieuw nodigt Jezus ons uit bij Hem te komen zodat we komen tot een diepere vriendschap met Hem en meer en meer gaan delen in zijn heiligheid. Wat kan deze vriendschap in de weg staan? Zonde, angst, onverschilligheid voor God, gebrek aan medelijden met anderen – dat zijn enkele van de grootste obstakels. En daarom is Johannes’ oproep tot bekering zo belangrijk.

God wil ons bevrijden van alles wat ons ervan afhoudt ons over te geven aan zijn liefde en zijn wil. Hij wil dat doen door de gave van een oprechte bekering. Hij wil ons uitleiden uit schuld, vervreemding en schaamte en binnenleiden in blijdschap en vrijheid. Hij staat altijd klaar om ons te wassen en ons te zalven met zijn Geest. Hij staat altijd klaar om ons te verfrissen met zijn barmhartigheid en ons schoon en vlekkeloos te maken, klaar om Jezus te zien als Hij terugkomt in heerlijkheid. Elke keer dat we ons tot Hem wenden en berouw tonen, komt Hij ons opheffen naar de hemel en geeft Hij ons weer een blik op zijn koninkrijk – een uitzicht dat ons vervult van nieuwe kracht, van hoop en blijdschap.

Neem deze Advent wat tijd om uw leven te onderzoeken in het licht van Gods waarheid en liefde. Vier dan vrijuit het Sacrament van Verzoening en aanvaard al de genade en kracht die God voor u heeft.

Gebed
Vader, aan Uw barmhartigheid komt geen einde.
Ik prijs U dat U Uw Zoon hebt gestuurd om mij te verlossen en vrij te maken. Amen.

< Dag 9 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 35, 1-10
Zo spreekt de Heer: “Woestijn en steppe zullen zich verheugen, jubelen en bloeien de dorre vlakte. Pronken zal zij met lelies, van blijdschap jubelen en juichen. De glorie van de Libanon valt haar ten deel, de luister van Karmel en Sjaron. Zij zullen de glorie van de Heer aanschouwen, de luister van onze God. Maak slappe handen sterk, geef kracht aan knikkende knieën. Spreek tot allen die de moed verloren hebben: Vat moed en vrees niet: Uw God komt om de wraak te voltrekken, God komt om te vergelden en om u te redden.” Dan gaan de ogen van de blinden weer open en zullen de oren van de doven geopend worden. De lamme zal springen als een hert en jubelen zal de tong van de stomme. Ja, in de steppe zullen beken ontspringen, rivieren in de woestijn. De dorre vlakte wordt een vijver, het dorstig land één waterbron. En op de plaats waar de jakhalzen huisden zuilen biezen groeien en groen riet. Een hoge, gebaande weg zal daar lopen, die de heilige weg zal heten. Geen onreine betreedt die weg en de dwazen dwalen er niet. Er zal geen leeuw te bekennen zijn en wilde dieren komen er niet, maar de vrijgekochten zullen die weg begaan, en degenen die door de Heer verlost zijn, zij zullen weer terugkeren. Jubelend komen zij naar Sion, hun hoofden omgeven met eeuwige vreugde. Zij zullen vreugde verkrijgen en blijdschap, en pijn en gejammer nemen de vlucht.

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 5, 17-26
Toen Jezus op zekere dag onderricht gaf, zaten er ook Farizeeën en wetgeleerden bij die gekomen waren uit alle plaatsen van Galilea en Judea en uit Jeruzalem. En de kracht des Heren deed Hem genezingen verrichten. Op dat ogenblik kwamen er enige mannen aan die op een bed een verlamde met zich meedroegen. Zij trachtten hem binnen te brengen en voor Jezus neer te leggen. Maar omdat ze vanwege de menigte geen weg vonden waarlangs ze hem konden binnenbrengen, gingen ze het dak op en lieten hem met bed en al door een opening in het tegeldak midden tussen het volk zakken, voor de voeten van Jezus. Toen Jezus hun geloof zag zei Hij: “Vriend, uw zonden zijn u vergeven.” Maar de schriftgeleerden en Farizeeën vroegen zich af: “Wat is dat voor iemand, die zo godslasterlijk spreekt? Wie anders kan zonden vergeven dan God alleen?” Jezus wist dat zij zo redeneerden en sprak tot hen: “Wat redeneert gij toch bij uzelf? Wat is gemakkelijker te zeggen: uw zonden zijn u vergeven; of te zeggen: sta op en loop? Welnu, opdat ge zult weten dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven – en nu sprak Hij tot de lamme – Ik zeg u, sta op, neem uw bed mee en ga naar huis.” Onmiddellijk stond hij voor aller ogen op, nam het bed waarop hij gelegen had mee en ging naar huis terwijl hij God verheerlijkte. Iedereen stond er versteld van en ze verheerlijkten God. Vol ontzag zeiden zij: “Wij zijn vandaag getuige geweest van ongehoorde dingen.”

Overweging
Geef de zwakke handen weer kracht, maak de bevende knieën sterk. (Jesaja 35,3)

Jeruzalem werd bedreigd met bezetting door een vreemde mogendheid; het moreel van het volk was tot een dieptepunt gedaald; sommigen hadden zelfs het gevoel dat God hen had verlaten. Maar Jesaja ging tegen de sombere stemming in met de belofte dat het niet altijd zo zou blijven. “Houd moed, wees niet bang!” riep hij. Er komt een tijd dat “de woestijn en het dorre land zich verheugen.” U heeft misschien het gevoel alsof u in een onherbergzame, dorre woestijn bent, maar “Het verschroeide land wordt een meer, de dorstige grond een waterrijke fontein” (Jesaja 35,1+4+7).

We weten allemaal wel hoe het is om in ons gebedsleven een tijd van droogte mee te maken. We kunnen ons er moeilijk toe zetten om te bidden. We hebben het gevoel dat we tegen een muur praten in plaats van met de Heer. We voelen totaal geen troost of bevestiging wanneer we contact proberen te maken met de Geest. Je kunt je dan afvragen wat God aan het doen is, en of Hij wel naar je luistert. Dat zijn de tijden dat we Jesaja’s even kostbare als simpele advies ter harte moeten nemen: “Houd moed!”

Tijden van droogte in ons gebedsleven zijn bij uitstek gelegenheden om te bouwen aan ons geloofsfundament. Elke aannemer kan je precies uitleggen waarom je wilt dat je fundament stevig en onwankelbaar is. Hoe ongemakkelijk ook, deze droge periodes geven ons de kans ons gebedsleven te bouwen op de vaste waarheden van ons geloof en niet zomaar op onze gevoelens, die vaak erg wisselvallig kunnen zijn. Periodes van droogte zetten ons ertoe aan in onze gebedstijd vooral te denken aan de ontzagwekkende eigenschappen van God en niet gericht te zijn op aangename gevoelens.

Een goede manier hiervoor kan zijn het nadenken over de geloofsbelijdenis die we bij de Eucharistieviering uitspreken. Zeg de Heer dat u gelooft in alles wat daarin staat. Zoek niet slechts naar Gods troost. Zoek naar zijn waarheid. Overweeg de talloze beloften die Hij vervuld heeft. Geloof dat Hij nog altijd aan het werk is, zelfs op verborgen manieren. Kijk naar het kruis en stel uw geloof op Jezus’ verrijzenis, ook al voelt u zich op dat moment geen nieuwe schepping.

Houd moed! Maak uw bevende knieën sterk. Houd vol. Weet dat God altijd beloont wie volharden in de navolging van Jezus!

Gebed
Jezus, dank U dat U me Uw liefde toont.
Dank U ook voor die tijden van droogte, waarin U me roept om dieper naar U te zoeken.
Ik weet dat U me sterk maakt in Uw Geest, en ik vertrouw op Uw wijsheid. Amen.

< Dag 10 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 40, 1-11
“Troost, troost toch mijn Stad, – zegt uw God – , spreek Jeruzalem moed in, roep haar toe, dat haar straftijd voorbij is, dat haar ongerechtigheid vergeven is, dat zij van Gods hand haar zonden dubbel betaald heeft gekregen.” Een stem roept: “Baan de Heer een weg in de steppe, effen voor onze God een heerbaan in de woestijn, elk dal moet gevuld, elke berg en heuvel geslecht worden, alle oneffenheden moeten vlak, de rotsmassa’s een vallei worden. En verschijnen zal de glorie des Heren, en alle vlees zal daarvan getuige zijn: de mond des Heren heeft het gezegd!” Een stem spreekt: “Roep!” En ik vraag: “Wat moet ik roepen?” “Alle vlees is als gras, en al zijn glorie als een bloem op het veld: het gras verdort, de bloem verwelkt zodra een hete wind erover blaast: het gras zijn de mensen! Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt eeuwig stand!”
“Beklim de hoogste berg, gij Sion, vreugdebode, verhef krachtig uw stem, Jeruzalem, vreugdegezant! Verkondig het luide, ken geen vrees, roep tot de steden van Juda: Uw God is op komst! Zie, God de Heer komt met kracht, zijn arm voert de heerschappij; zijn loon komt met Hem mee, zijn beloning gaat voor Hem uit. Als een herder zal Hij zijn schapen weiden, in zijn armen ze samenbrengen, de lammeren dragen tegen zijn boezem, de schapen met zachte hand geleiden.”

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 18, 12-14
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Wat dunkt u? Wanneer een man honderd schapen heeft en één daarvan verdwaalt, zal hij dan niet de negenennegentig in de bergen alleen laten om op zoek te gaan naar het verdwaalde? En gelukt het hem dat te vinden, voorwaar ik zeg u, dan zal bij over dat ene meer verheugd zijn dan over de negenennegentig die niet verdwaald waren. Zo ook wil uw hemelse Vader niet dat een van deze kleinen verloren gaat.”

Overweging
Als een herder zal Hij zijn kudde weiden. (Jesaja 40,11)

Hoe stelt u zich voor dat Jezus eruit zou zien als de “goede herder” van zijn kudde? We hebben allemaal wel eens schilderingen gezien van een zoete, een beetje vrouwelijk aandoende Jezus die een kwetsbaar lammetje streelt. Ook het gedeelte uit Jesaja van vandaag schildert de herder als zachtaardig en bezorgd. “In zijn arm brengt Hij de lammeren samen en Hij draagt ze aan zijn borst” (Jesaja 40,11). Wie zou niet door zo’n herder getroost willen worden?

Maar de profeet is zich ervan bewust dat de term “herders” ook slaat op de koningen die aangesteld waren om over Gods volk te regeren. God heeft geen geduld met zwakke, aarzelende leiders die beven voor hun vijanden en er vlug bij zijn om rampzalige militaire bondgenootschappen te sluiten in plaats van op God te vertrouwen. Zijn ideale herder “komt in kracht” en “de heerschappij is in zijn hand”(Jesaja 40,10). Net als David, de herder-koning, trotseert hij onbevreesd het gevaar om de kudde te verdedigen tegen belagers, speciaal de geestelijke bedreigingen die afkomstig zijn van de duivel, van onze gevallen natuur of van de duistere filosofieën van deze wereld.

Onze Herder gaat niet bezorgd zitten afwachten of afgedwaalde schapen wel terugkomen. Nee, Hij wapent zich en gaat eropuit om ze te zoeken, overwint alle obstakels om ze te redden en thuis te brengen. Soms voelt zijn zorg aan als een strafmaatregel, wanneer Hij het lam lossnijdt, zijn wonden verzorgt en zijn zwerflust intoomt. Maar het is dan nog altijd het meest liefdevolle wat Hij op dat moment voor ons zou kunnen doen.

Jezus, onze Goede Herder, kent ons (Johannes 10,14; 2 Timoteüs 2,19). Hij voedt ons (Johannes 6,35; Psalm 23,1-2). Hij leidt ons (Johannes 10,3-4; Psalm 23,3). Hij koestert ons en houdt van ons (Jesaja 40,1; Efeziërs 5,25-29). Hij beschermt en bewaart ons (Jeremia 31,10; Johannes 10,28-29). Neem vandaag wat tijd om over deze passages te bidden. Probeer ze uit uw hoofd te leren en u eigen te maken. Vraag de heilige Geest uw ogen te openen voor de omvang en de diepte van de liefde die Jezus voor u heeft. Er is niets wat ons hart dieper kan raken of meer troost kan geven dan te weten dat Jezus ons draagt in de palm van Zijn hand!

Gebed
Jezus, dank U dat U me opzoekt als ik van het pad afraak.
Leer me hoe ik de mensen die U aan mijn zorg hebt toevertrouwd moet hoeden. Amen.

< Dag 11 van de advent

Eerste lezing uit Genesis 3, 9-15+20
Toen de mens zich tussen de bomen van de tuin verborgen had riep de Heer God de mens en vroeg hem: “Waar zijt gij?” Hij antwoordde: “Ik hoorde uw donder in de tuin, en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen.” Maar Hij zei: “Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt? Hebt ge soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb?” De mens antwoordde: “De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt, zij heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten.” Daarop vroeg Jahwe God aan de vrouw: “Hoe hebt gij dat kunnen doen?” De vrouw zei: “De slang heeft mij verleid, en toen heb ik gegeten.” Jahwe God zei tot de slang: “Omdat ge dit gedaan hebt, zij gij vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven! Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Het zal uw kop bedreigen, en gij zijn hiel!” De mens noemde zijn vrouw Eva, want zij is de moeder geworden van alle levenden.

Tweede lezing uit Efeziërs 1, 3-6 + 11-12
Broeders en zusters, gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen. In Hem heeft Hij ons uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van zijn genade. Hiermee heeft hij ons begiftigd in de Geliefde. In Christus hebben wij ook ons erfdeel ontvangen, daartoe voorbestemd door de beschikking van Hem die alles tot stand brengt naar het besluit van zijn wil, opdat wij verbreiden de lof van zijn heerlijkheid, wij die reeds tevoren onze hoop op de Christus hadden gebouwd.

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 26-38
Toen Elisabeth zes maanden zwanger was werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria. Hij trad bij haar binnen en sprak: “verheug u, Begenadigde, de Heer is met u.” Zij schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: “Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.”
Maria sprak echter tot de engel: “Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken?” Hierop gaf de engel haar ten antwoord: “de Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk.” Nu zei Maria: “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” En de engel ging van haar heen.

Overweging
Want voor God is niets onmogelijk. (Lucas 1,37)

Met deze paar woorden bracht de engel de vrees van Maria tot bedaren en overtuigde hij haar dat het goed was Gods plan te aanvaarden. Niets is voor Hem onmogelijk, zelfs niet het idee van een maagdelijke geboorte. Toen Maria deze woorden hoorde durfde ze in te stemmen met de boodschap van de engel, zonder verdere vragen, vrees of bezorgdheid.

Met haar zuivere hart en onbevlekte ziel had Maria geen last van de belemmeringen die ons vaak in de weg staan om “ja” tegen de Heer te zeggen. Wantrouwen, zelfzucht, cynisme, hoogmoed en valse nederigheid – deze en nog veel meer dingen kunnen ons denken vertroebelen en kunnen het ons moeilijk maken ons aan de Heer en zijn plan over te geven.

Weet u waarom voor God niets onmogelijk is? Omdat zijn liefde geen grenzen kent. Ze is zo diep, zo enorm, zo wijds dat er niets is dat haar kan tegenhouden. Liefde was het die Hem ertoe bewoog een vrouw te scheppen die gevrijwaard zou zijn van de erfzonde en het is dezelfde liefde die ons kan reinigen van al onze zonden. Liefde was het die Jezus in staat stelde de geplaagde mensen te bevrijden en de blinden ziende te maken, en het is dezelfde liefde die onze lasten kan verlichten en onze ogen kan openen voor de schoonheid om ons heen. Liefde was het waardoor Jezus bewogen werd de zieken te genezen en de doden op te wekken – en het is dezelfde liefde die gebroken harten kan genezen en die ons kan bevrijden uit onze graven van droefheid, bitterheid of angst.

God houdt van u. Hij houdt echt van u! Niets is voor Hem onmogelijk. Niets! U denkt misschien dat Hij u onmogelijk evenveel kan liefhebben als Hij Maria liefhad, maar alles is mogelijk. Terwijl u misschien alleen uw zonden en mislukkingen ziet, ziet uw Vader uw hart. Hij weet dat u niet onbevlekt bent, maar Hij weet ook hoezeer u wilt liefhebben en hoezeer u ernaar verlangt bemind te worden. Hij weet hoe graag u goede dingen wilt doen. Hij kent al uw dromen, uw behoeften en uw verwachtingen. Niets is voor Hem onmogelijk – zelfs niet om u de diepste verlangens van uw hart te geven!

Gebed
Heer, ik zeg ‘ja’ tegen U. Het is mijn verlangen dat alles in mijn leven zal gebeuren overeenkomstig Uw wil. Niets is voor U onmogelijk, zelfs niet dat ik gelukkig ben!

< Dag 12 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 41, 13-20
Zo spreekt de Heer: “ik ben de Heer, uw God, die u bij uw rechterhand heeft genomen en die tot u zegt: Wees maar niet bang; Ik help u. Wees maar niet bang, wormpje Jakob, klein volk Israël! Ikzelf ben uw helper, zegt de Heer, Ik ben uw verlosser, de Heilige van Israël. Ik maak van u een dorsslee, nieuw en goed geslepen, met scherpe tanden. Gij zult bergen dorsen en verbrijzelen, heuvels tot kaf maken; gij werpt ze omhoog; de wind draagt ze mee, de storm verstrooit ze. Gij zelf echter, gij verblijdt u in de Heer en prijst uzelf om de Heilige van Israël. De armen en de behoeftigen zoeken naar water en het is er niet; hun tong is verdroogd van de dorst. Ik, de Heer, Ik verhoor hen, Ik, de God van Israël, Ik verlaat hen niet! Op de kale gronden doe Ik rivieren ontspringen en bronnen in de rotskloven. Van de woestijn maak Ik een waterland, van de dorstige bodem en bronnengebied. In de woestijn laat Ik ceders groeien, acacia’s, mirten en oleasters. In het dorre land zet Ik cipressen neer en essen en palmen, een menigte bomen. Dan zullen zij zien en erkennen, volledig verstaan en begrijpen, dat de hand van de Heer dat gedaan heeft, dat Israëls Heilige dat heeft geschapen.” Zo spreekt de almachtige God.

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 11, 11-15
In die tijd zei Jezus tot de menigte: “Voorwaar, Ik zeg u: Onder hen die uit vrouwen geboren zijn is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper. Niettemin is de kleinste in het Rijk der hemelen groter dan hij. Van de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Rijk der hemelen zich met geweld baan, en geweldenaars maken het buit. Want al de profeten en de Wet, tot aan Johannes, hebben het slechts voorspeld; maar als gij het van Mij wilt aannemen: Deze is de Elia die zou komen. Wie oren heeft, hij luistere!”

Overweging
Op kale plekken laat Ik beken ontspringen, en bronnen (Jesaja 41,18)

Op dit punt van de Advent beginnen we misschien een beetje onrustig te worden. Kerstmis komt met rasse schreden naderbij en het kan zomaar zijn dat we behoorlijk achterlopen met alle dingen die we volgens ons lijstje zouden moeten doen! En zo kan het gebeuren dat we onze momenten met de Heer overslaan. We weten dat we zouden moeten bidden en Bijbellezen, maar elke morgen willen we zo gauw mogelijk beginnen.

Toch hebben we diep in ons binnenste een dorst die alleen God kan stillen. In de eerste lezing van vandaag spoort de profeet ons aan goed te drinken uit de bron van Gods liefde. Zonder zijn rivieren van genade en bronnen van barmhartigheid worden we gelijk aan de kale hoogten en de dorre bodems uit deze passage. En als ons hart dor en droog is zijn we niet in staat Gods liefde te weerspiegelen. Misschien reageren we ongeduldig en ongevoelig op anderen. Misschien worden we egoïstisch of zo bezorgd over wat wij nodig hebben dat we de behoeften van anderen vergeten.

Dit is ongetwijfeld een drukke tijd, maar de Advent kan ook een hele gezegende tijd zijn. Het is een uitgelezen moment om na te denken over de trouw van onze God, die de Israëlieten een Messias beloofde en die deze belofte zo heerlijk heeft vervuld in Jezus. Misschien kunnen we ons Maria voorstellen, zwanger en in afwachting van de geboorte van deze bijzondere Zoon die de wereld zou veranderen – of Jozef, die vol liefde voor zijn bruid zorgt. We kunnen mediteren over het wonder van de menswording, van God die zoveel van ons houdt dat Hij mens is geworden, alleen maar om ons te redden. Dergelijke gebedstijden kunnen ons voeden en ons voorbereiden op het grote feest van Kerstmis.

Maar ook als u niet zoveel tijd aan bidden kunt besteden als u wel zou willen, dan nog kunt u in de loop van de dag uw blik even op de Heer richten. Dat kan u helpen er even bij stil te staan waarom u iets speciaals voor iemand koopt, lekkere dingen klaarmaakt of uw huis versiert – om Jezus welkom te heten en ons te verheugen over zijn komst op aarde!

Probeer alle dingen op uw lijstje een poosje te vergeten. Begin eerst met het enige dat uw hart echt zal bevredigen, tijd met de Heer!

Gebed
Jezus, ik wil me voorbereiden op Uw komst, dit kerstfeest.
Help me te herkennen hoezeer ik dorst naar U, zodat ik uitvoerig kan drinken van Uw liefde. Amen.

< Dag 13 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 48, 17-19
Zo spreekt de Heer, uw verlosser, Israëls Heilige: “Ik ben de Heer, uw God, die u voor uw bestwil wil leren, en u voeren over de weg die gij moet gaan! Als gij acht gegeven had op mijn geboden zou de voorspoed u reeds nu omspoeld hebben als een bergstroom, en zou uw welvaart zo uitgestrekt geweest zijn als de zee met zijn golven. Uw nageslacht zou talrijk geweest zijn als de zandkorrels, uw nakomelingen als het stof: hun naam zou bij Mij nooit uitgeveegd zijn, nooit uitgewist!”

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 11, 16-19
In die tijd sprak Jezus tot de menigte: “Waarmee zal ik dit geslacht vergelijken? Het gelijkt op kinderen die op het marktplein zitten en de andere partij toeroepen: Wij hebben voor jullie op de fluit gespeeld en jullie hebt niet gedanst; wij hebben een treurlied gezongen en jullie hebt niet op je borst geklopt. Immers: Johannes komt, hij eet niet en drinkt niet, en ze zeggen: Hij is van de duivel bezeten! De Mensenzoon komt, Hij eet en drinkt wel, en ze zeggen: Kijk die gulzigaard en wijndrinker, die vriend van tollenaars en zondaars! Maar de wijsheid vindt haar rechtvaardiging in haar werken.”

Overweging
Had u maar geluisterd naar mijn geboden … (Jesaja 48,18)

Doorheen de hele geschiedenis van Israël heeft God zijn volk dringend verzocht juist dàt te doen. Maar het lijkt een proces te zijn geweest van “twee stappen vooruit en dan weer één stap terug”. Nadat Mozes de geboden had gegeven raakten velen verstrikt in afgodendienst. Nadat God hun een vaderland en een koning had gegeven werden ze bekoord door de gewoonten van de heidense volken rondom hen. Nu ze naar Babylon zijn verbannen, stuurt een profeet hun dezelfde boodschap. Maar hoe gaan ze eindelijk eens doen wat God van hen vraagt?

Het antwoord ligt misschien in het voorgaande vers: “Ik ben de HEER uw God. Ik onderricht u om te helpen” (Jesaja 48,17). Als Israël zou geloven dat het God zelf is die tot hen spreekt, niet maar de stem van een profeet of van een priester, dan zouden ze zeker naar Hem luisteren. Ze zouden zijn geboden niet als onderdrukkend ervaren, maar als woorden van wijsheid en leiding – als wetten die hun vrede kunnen geven.

Hoe staat het met ons? Laten we vandaag een stap zetten in de richting waar God ons kan onderwijzen en leiden. Dat is echt niet zo moeilijk. Tenslotte is Jezus bij elke stap op die weg bij ons. En dat niet alleen: Hij heeft zijn heilige Geest gestuurd om in ons hart te wonen. Hij is hier en nu aanwezig en Hij wacht er alleen maar op dat we ons naar Hem toekeren. Hij wil ons bemoedigen, ons kracht geven en ons laten zien hoe diep God ons liefheeft. Hij wil ons Gods wegen leren, ons de weg laten zien die God voor ons heeft aangegeven, en ons overeind helpen als we vallen.

Laten we daarom vandaag onze aandacht vestigen op de Heilige Geest. Laten we niet zoveel nadenken over wat we deze dagen voor kerst nog allemaal te doen hebben. En in geen geval moeten we er steeds angstvallig mee bezig zijn hoe wij de Heer moeten gehoorzamen. Laten we daarentegen onze gedachten tot rust brengen en ons door de Geest laten vullen met Zijn vrede.

Denk dus rustig na over de beloften die God doet in de eerste lezing van vandaag. Geef de Heer de ruimte in je leven. Ga aan Zijn voeten zitten en laat Hem de leiding nemen!

Gebed
Heer, ik moet nog zoveel van U leren.
Laat mij Uw woord horen in mijn hart, zodat het mij kan veranderen. Amen.

< Dag 14 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Sirach 48, 1-4+9-11
Elia de profeet stond op als een vuur; zijn woord brandde als een fakkel; hij bracht hongersnood over het volk en in zijn ijveren voor de Heer maakte hij hen weinig in aantal. Door het woord van de Heer sloot hij de hemel toe en evenzo liet hij driemaal vuur neerdalen. Hoe roemrijk werdt gij, Elia, door uw wonderwerken: wie mag zich als gij beroemen? Gij die werdt opgenomen in een wervelstorm van vuur op een wagen met vurige paarden, van wie geschreven staat dat hij bestemd is voor de tijd waarop hij de toorn van God zal stillen vóórdat hij ontbrandt, het hart van de vaderen zal keren tot de zoon en de stammen van Jakob zal oprichten. Gelukkig zij, die u gezien hebben en in liefde zijn ontslapen.

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 17, 10-13
Bij het afdalen van de berg stelden de leerlingen Jezus de vraag: “Waarom zeggen de schriftgeleerden toch dat eerst Elia moet komen?” Hij gaf hun ten antwoord: “Inderdaad, Elia zal komen om alles te herstellen. Ik zeg u zelfs: Elia is reeds gekomen, maar zij hebben hem niet erkend, doch naar willekeur met hem gehandeld, zoals ook de Mensenzoon van hen te lijden zal hebben.” Nu begrepen de leerlingen dat hij hun over Johannes de Doper gesproken had.

Overweging
Elia is al gekomen (Matteüs 17,12)

Tijdens de afdaling van de Berg der Verheerlijking vroegen de leerlingen Jezus naar een van de geheimzinnige figuren die ze daar bij Hem hadden gezien: de profeet Elia. Waarom staat er geschreven dat Elia vlak voor de tijd van de Messias moet terugkeren? Jezus helpt ze te begrijpen dat “Elia” al is gekomen in de persoon van Johannes de Doper.

Er zijn veel overeenkomsten tussen deze twee vurige profeten. Beiden hielden van God en wilden graag zijn wil doen. Beiden leefden heel eenvoudig. Ze hadden allebei een stevige boodschap van bekering. Allebei traden ze onbevreesd slechte koningen tegemoet. Beiden voelden zich bij tijden helemaal alleen. En beiden spanden zich in voor een groter iemand die op komst was.

Het is geen toeval dat de Kerk in de Advent aandacht vraagt voor deze twee personen. Deze tijd is vol van verpakking en versiering, mooie kleren, etentjes, feestjes, zorgvuldig gekozen cadeautjes en favoriete kerstliederen. Daar is niets mis mee. Het kan ons er zelfs aan helpen herinneren hoe kostbaar het geschenk is waar het bij de Kerstviering allemaal om draait.

Maar hoe hartverwarmend deze voorbereidingen ook mogen zijn, we kunnen allemaal wel even ons best doen om het voorbeeld van Elia en Johannes de Doper te volgen. Het is goed zo nu en dan de bijzaken opzij te zetten en je te richten op de wezenlijke waarheden die het middelpunt vormen van onze Adventsviering. Als het erop aankomt is het niet van belang hoeveel cadeaus we hebben gekocht of hoe mooi we ons huis hebben versierd. Waar het op aankomt is dat we proberen Gods wil te doen.

Deze roeping – een roeping die Elia en Johannes de Doper hadden aanvaard – is enerzijds eenvoudig en anderzijds moeilijk. Ze is eenvoudig omdat het geen oproep is om veel meer te doen, het is een oproep om wat we moeten doen, te doen met een zuiver en nederig hart. Maar dat is ook de reden waarom het moeilijk is. Het enige wat we moeten doen is ervoor zorgen dat alles wat we denken en doen tot eer en verheerlijking van de Heer is.

Maak vandaag het voornemen om een rustpunt te creëren, een stille tijd op een rustige plek waar u bij Jezus kunt zijn. Laat alle bijkomstigheden vallen en laat u vullen met de werkelijkheid van Zijn aanwezigheid. Dat is de beste manier die mogelijk is om de weg van de Heer voor te bereiden!

Gebed
Jezus, ik houd van U. Help me om geen acht te slaan op alle andere dingen en me volledig te richten op Uw liefde en Uw aanwezigheid. Amen.

< 3e zondag van de Advent:
Gaudete (verheugt u)

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 35, 1-6a+10
Zo spreekt de Heer: “Laat de woestijn en het dorre land zich verheugen, de wildernis jubelen en bloeien, weelderig bloeien als de krokus; laat zij uitbundig juichen en jubelen. Zij wordt getoond met de glorie van de Libanon, de luister van de Karmel en de Saron. Dan zal men de glorie van Jahwe zien, de luister van onze God. Geeft de zwakke handen weer kracht, maakt sterk de bevende knieën. Zegt tot allen die radeloos zijn: Houdt moed, weest niet bang, hier is uw God, Hij brengt de wraak mee, de goddelijke vergelding, Hij brengt u redding.” Dan worden de ogen van de blinden ontsloten en de oren van de doven geopend. Dan danst de kreupele als een hert en juicht de tong van de stomme. De verlosten van Jahwe keren weer terug; en met gejubel bereiken zij Sion, met een kroon van eeuwige vreugde getooid. Blijdschap en vreugde zullen terugkeren, kommer en gezucht zullen wegvluchten.

Tweede lezing uit de brief van Jacobus 5, 7-10
Broeders en zusters, hebt dus geduld tot de komst van de Heer. De boer die uitziet naar de kostelijke vrucht van zijn land, kan alleen maar geduldig wachten, totdat de winter – en voorjaarsregens gevallen zijn. Gij moet ook geduldig zijn, en moedig, want de komst van de Heer is nabij. Klaagt elkaar niet aan; dan valt ge zelf onder het oordeel. Denkt eraan: de rechter staat al voor de deur. Neemt een voorbeeld aan de lijdzaamheid en het geduld van de profeten, die gesproken hebben in de naam van de Heer.

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 11, 2-11
Johannes nu hoorde in de gevangenis over de werken van Christus en liet Hem door zijn leerlingen de vraag stellen: “Zijt Gij de Komende, of hebben wij een ander te verwachten?” Jezus antwoordde hun: “Gaat aan Johannes zeggen wat gij hoort en ziet: blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd. Gelukkig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt.”
Toen zij vertrokken, begon Jezus tot de menigte te spreken over Johannes: “Waar zijt gij in de woestijn naar gaan zien? Naar een riethalm door de wind bewogen? Waar zijt gij dan wel naar gaan zien? Naar iemand in verfijnde kleding? Die verfijnde kleding dragen zijn te vinden in de paleizen der koningen. Waartoe zijt ge dan uitgetrokken? Om een profeet te zien? Inderdaad, zeg Ik u, zelfs meer dan een profeet! Hij is het over wie geschreven staat: Zie, Ik zend mijn bode voor U uit, die de weg voor uw komst zal bereiden. Voorwaar, Ik zeg u: Onder wie uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper. Niettemin is de kleinste in het Rijk der hemelen groter dan hij.”

Overweging
Ga Johannes vertellen wat u hoort en ziet. (Matteüs 11,4)

Johannes de Doper staat op de drempel tussen het Oude en Nieuwe Testament. In hem zien we dat de eeuwenlange tijd van profetie en verwachten haar hoogtepunt bereikt. Johannes is de laatste van een lange rij profeten die Jezus uit de verte aankondigden, en tevens is hij de eerste om van Hem te getuigen als hij van vreugde opspringt in de schoot van zijn moeder bij het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabet (Lucas 1,41). De Kerk vereert Johannes met vele titels waarin tot uitdrukking komt hoe trouw hij zijn rol als overgangsfiguur vervulde: Getuige van de Heer, Kroon van de Profeten, Voorloper van de Verlosser, Heraut van de Messias en dienaar van het Woord.

Ja, Johannes was een groot man Gods. Maar hij was ook een gewoon mens. Het evangelie van vandaag laat zien hoe Johannes er bijna aan het eind van zijn leven aan twijfelt of Jezus wel echt de beloofde Messias is. Want, als Jezus de Messias is, hoe is het dan te rijmen dat hij, Johannes, een familielid en de voorloper van Jezus, in de gevangenis zit in afwachting van een vrijwel zekere terechtstelling?

Jezus reageert op Johannes’ twijfels met het opsommen van de zichtbare feiten rond zijn optreden: “Blinden zien weer en kreupelen lopen, melaatsen worden rein en doven horen, doden staan op” – allemaal als vervulling van wat over Hem voorzegd was (Matteüs 11,4-5; Jesaja 35,5-6). Hij spoort Johannes aan zich aan deze waarheden vast te houden en de hoop niet op te geven.

Wat kunnen we onszelf goed herkennen in Johannes! Ieder van ons heeft het vast wel eens meegemaakt: je twijfelt aan Gods liefde en zorg voor jou persoonlijk en je voelt je onzeker over het volgen van de Heer. En Jezus geeft ons nu precies hetzelfde antwoord als Hij toen aan Johannes gaf: kijk terug op je leven. Denk aan de heerlijke dingen die je de Heer hebt zien doen. Houd vast aan je geloof, ook al stelt dat nu even niet zo veel voor. Uiteindelijk zal ook jij gerechtvaardigd worden.

En vergeet niet: ondanks Johannes’ twijfels had Jezus nog altijd hele vriendelijke woorden voor hem over: “onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper” (Matteüs 11,11). En Hij zal net zo blij zijn met ons als we standhouden in het geloof!

Gebed
Dank U, Jezus, dat U zichzelf aan mij openbaart.
Ik geloof in U, Messias en Redder.
Help me mij aan U vast te houden Amen.

< Dag 16 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Numeri 24, 2-7+15-17a
Toen Bileam de ogen opsloeg en Israël stam bij stam gelegerd zag, kwam de geest van God over hem. Hij hief het volgende lied aan:
“Dit is het orakel van Bileam, zoon van Beor, het orakel van de man die geheimen mocht zien, het orakel van hem die God hoort spreken, die schouwt wat de Almachtige ontsluiert, en in extase openbaringen ontvangt. Hoe schoon zijn uw tenten, Jacob, hoe mooi uw woningen, Israël: als dalen liggen zij uitgespreid, als tuinen langs een rivier, als aloëbomen door de Heer geplant, als ceders die staan aan het water; wat hij zaait wordt volop bevloeid. Zijn koning komt hoger dan Agag; zijn koningschap zal zich verheffen.”
Toen hief hij het volgende lied aan:
“Dit is het orakel van Bileam, zoon van Beor, het orakel van de man die geheimen mocht zien, het orakel van hem die God hoort spreken, die weet wat de Allerhoogste weet, die schouwt wat de Almachtige ontsluiert, en in extase openbaringen ontvangt. Ik zie hem, maar niet in het heden, ik aanschouw hem, maar niet van nabij; een ster komt op uit Jakob, een scepter rijst uit Israël.”

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 21, 23-27
Op zekere dag ging Jezus naar de tempel en toen Hij daar aan het onderrichten was, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk Hem de vraag stellen: “Welke bevoegdheid hebt Gij om dit alles te doen? En wie heeft U die bevoegdheid dan gegeven?” Jezus antwoordde hun: “Ik zal u ook een vraag stellen, en als gij Mij daar antwoord op geeft, zal Ik u op mijn beurt zeggen krachtens welke bevoegdheid Ik dit alles doe. Het doopsel van Johannes, waar was dat vandaan? Van de hemel of van de mensen?” Zij beraadslaagden onder elkaar: “Als wij zeggen: van de hemel, dan zal Hij tegen ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan geen geloof geschonken? Als we zeggen: van de mensen, dan hebben wij het volk te vrezen, want iedereen houdt Johannes voor een profeet.” Ze gaven Jezus dus ten antwoord: “Wij weten het niet.” Toen zei Hij op zijn beurt tot hen: “Dan zeg Ik u evenmin krachtens welke bevoegdheid Ik zo handel.”

Overweging
We weten het niet. (Matteüs 21,27

Jezus werd geen moment in verlegenheid gebracht door de “strikvragen” van deze religieuze leiders. Het was waarschijnlijk zelfs zo dat Hij erop rekende. Juist gister had Hij nog een koninklijk welkom gekregen in Jeruzalem, de handelaars uit de tempel verdreven en verbazingwekkende wonderen gedaan. Vele priesters waren vermoedelijk ingenomen met zijn wijze lessen en zijn leiderschap. Maar sommigen hadden het niet op Jezus’ aanwezigheid. Ze zouden Hem het liefst wegpesten en terugkeren naar de toestand zoals die eerst was en waarbij zij de touwtjes in handen hadden. Daarom probeerden deze ontevreden leiders Jezus in de val te lokken door zijn gezag in twijfel te trekken. Maar Jezus was bedacht op deze tactiek en draaide de rollen om. Gebruik makend van de rabbijnse traditie om vragen te beantwoorden met een wedervraag bracht hij de motieven van zijn ondervragers aan het licht. Deze mensen stelden macht en privileges boven waarheid en recht.

Dit verhaal laat zien hoe belangrijk het is om eerlijk en openhartig te zijn in ons spreken – zowel met God als met andere mensen. Het uitgangspunt van elke blijvende relatie is eerlijkheid, en dat is in onze relatie met God niet anders. Als we voor de Heer staan met een zuiver hart, open zijn over onze tekortkomingen en vertrouwen op zijn genade, dan verwelkomt Hij ons met open armen en is Hij graag bereid ons te vervullen van zijn genade.

Oneerlijkheid daarentegen schaadt onze relatie met God, net zoals mensen erdoor van elkaar gescheiden worden. Realiseert u zich hoe moeilijk het is om met de Heer verbonden te blijven wanneer u probeert een zonde uit het verleden verborgen te houden. Bedenk eens hoe moeilijk het is zijn aanwezigheid te ervaren wanneer u nog gevangen zit in iets waarvan u weet dat het ongezond is of Hem mishaagt. Uw Vader heeft een diep verlangen bij u te zijn, u te genezen en u te helpen – Hij houdt zo bijzonder veel van u!

Neem daarom vandaag wat tijd om uw relatie met God en met de mensen in uw omgeving te bekijken. Hoe kunt u eerlijker en opener met de Heer omgaan? Hoe kunnen uw vriendschappen een klein beetje minder oppervlakkig worden? Misschien is er een relatie die te lijden heeft onder harde woorden die gesproken zijn of onder een of ander misverstand. Misschien valt het u moeilijk iemand te vergeven. Wat het ook is, breng het bij de Heer. Denk erom: Hij staat altijd klaar om de nederige te verheffen.

Gebed
Heer, geef me een zuiver hart!
Leer me eerlijk en open te zijn naar U toe en naar mijn vrienden en familie. Amen.

< Dag 17 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Sefanja 3, 1-2 + 9-13
Wee de weerspannige, bezoedelde, gewelddadige stad! Zij luistert naar geen vermaning, zij wil van geen onderrichting weten, zij vertrouwt niet op de Heer en nadert niet tot haar God. Ik zal aan de volken andere, reine lippen geven. Dan zullen zij allen de naam van de Heer aanroepen en eensgezind Hem dienen. Van over de rivieren van Ethiopië, waarheen zij verstrooid zijn, brengen zij Mij hun offers, degenen die Mij aanbidden. Dan wordt onder u geen misdaad tegen Mij meer begaan waarover gij u hebt te schamen, want Ik verwijder dan uit uw midden de hoogmoedige pronkers; op Mijn heilige berg zult gij u niet langer misdragen. Ik laat bij u alleen nog over een nederig, bescheiden volk, dat zijn toevlucht vindt bij de naam van de Heer: de rest van Israël. Zij bedrijven geen onrecht meer, zij vertellen niet langer leugens en in hun mond is geen arglistige tong meer te vinden. Zij zullen weiden en rustig neerliggen zonder dat hen nog iemand opschrikt.

Tussenpsalm 34, 2-3, 6-7, 17-18, 19, 23

Refr.: Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer.

De Heer zal ik prijzen iedere dag,
Zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,
laat elk die het hoort zich verheugen.

Refr.: Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer.

Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig,
want Hij stelt u niet teleur.
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer
en redt hen uit hun ellende.

Refr.: Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer.

Van boosdoeners keert Hij Zijn aangezicht af,
zij worden op aarde vergeten.
Naar vromen die roepen luistert de Heer
en redt hen uit iedere nood.

Refr.: Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer.

De Heer is nabij voor rouwmoedige harten,
Hij helpt wie zijn schuld erkent.
De Heer redt het leven van wie Hem dient,
alwie tot Hem vlucht heeft geen straf te duchten.

Refr.: Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer.

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 21, 28-32
In die tijd zei Jezus tot de hogepriesters en de oudsten van het volk: “Wat denkt ge van het volgende? Een man had twee zonen. Hij ging naar de eerste toe en zei: ‘Mijn zoon, ga vandaag werken in mijn wijngaard.’ ‘Goed Vader’, antwoordde deze, maar hij deed het niet. Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Deze antwoordde: ‘Neen, ik wil niet’; maar later kreeg hij spijt en ging toch. Wie van de twee heeft nu de wil van de Vader gedaan?” Ze zeiden: “De laatste.” Toen zei Jezus hun: “Voorwaar, Ik zeg u: de tollenaars en ontuchtige vrouwen gaan eerder dan gij het rijk Gods binnen. Johannes kwam tot u en beoefende de gerechtigheid; toch hebt gij hem geen geloof geschonken, terwijl de tollenaars en de ontuchtige vrouwen hem wel geloof geschonken. Maar zelfs nadat ge dit had gezien, zijt ge toch niet tot inkeer gekomen en hebt ge hem geen geloof geschonken.”

Overweging
De HEER wil ik altijd prijzen. (Psalm 34,2)

Ja Heer, ik wil U altijd prijzen – wat er ook gebeurt vandaag. Ik wil U prijzen en danken omdat U goed bent en omdat alles wat U doet goed is. Aan het begin van mijn dag wil ik het uitroepen: U bent goed! U vult me met uw liefde, zodat datgene wat U in mijn hart legt, uitstroomt naar de mensen om me heen. U verheugt mij met uw vrede en blijdschap.

Heer, Uw goedheid en barmhartigheid volgen mij de hele tijd. Het is alsof ze me achtervolgen – en soms zelfs pakken ze me! Dank U, Heer, dat het niet is alsof ik tegen de wind in moet schreeuwen als ik tot U roep om hulp. Nee, U hoort elk woord van mij, zelfs de meest aarzelende fluisteringen van mijn hart. Als ik in de problemen zit of pijn heb, komt U om mij te troosten. Als verdriet mijn gedachten beheerst en mijn hart verduistert, tilt U het juk van zorgen op en koestert mij.

Ja Heer, U redt me van zorgen en problemen. En in situaties waarin er geen directe oplossing is, blijft U dicht bij mij, zelfs al kan ik dat niet altijd merken. Mijn geloof zegt me dat U er bent, bereid om te luisteren en iets te doen volgens uw eigen wijsheid en op uw eigen tijd. U tilt me zelfs op wanneer ik door mijn eigen zonde struikel en val. U bent zo trouw omdat U me hebt verlost van de dood en me voor altijd en eeuwig tot de Uwe hebt gemaakt. Wat bent U goed, Heer! En wat nederig! U schept er genoegen in om de mensen van wie U houdt te redden, zelfs al zijn ze ver van Uw aanwezigheid en Uw wetten afgedwaald.

Dank U, Jezus, dat U me hebt bevrijd van schuld en veroordeling! Wat een zegen is het om naar U toe te mogen gaan en te worden bevrijd uit de greep die de zonde op mijn leven heeft! Wat een vreugde te weten dat U me niet veroordeelt maar me vergeeft en me zo liefhebt dat ik heel word. Elke dag biedt U mij een gewaad van lofprijzing aan in plaats van wanhoop; stralende blijdschap in plaats van sombere schaamte. U bent langzaam om vertoornd te raken en haastig om te vergeven. Ik verheug me in Uw liefde!

Gebed
Heer, ik prijs en dank U om Uw goedheid!
Ik wil U altijd prijzen. Amen.

< Dag 18 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 45,6b-8+18+21b-25
Zo spreekt God de Heer: “Ik ben de Heer, en niemand anders! Ik boetseer het licht en Ik schep de duisternis, Ik maak de vrede en Ik sticht het onheil! Ik, de Heer, Ik bewerk dat alles! Dauwt hemelen, uit den hoge en laat de wolken gerechtigheid regenen! De aarde moet opengaan en het heil opschieten; de grond moet de gerechtigheid laten ontspruiten. Ik, de Heer, Ik heb het geschapen! Ja, zo spreekt de Heer, die de hemelen geschapen heeft, Hij, de God, die de aarde geboetseerd en gemaakt heeft en die haar in stand houdt, Hij, die haar niet heeft gemaakt om leeg te zijn, maar die haar heeft geboetseerd om bewoond te worden, Hij zegt: Ik ben de Heer, en niemand anders! Naast Mij is er geen God, geen rechtvaardige, geen reddende God. Keert u tot Mij om gered te worden, gij volken van alle landen der aarde, want Ik ben God, en niemand anders. Ik heb bij Mijzelf gezworen – en wat uit mijn mond komt is waarheid, is een onherroepelijk woord -: Iedere knie zal voor Mij buigen en iedere tong bij Mij zweren. Alleen bij de Heer, zal men zeggen, is zegepraal en kracht te vinden. Al degenen die tegen Hem opstonden zullen beschaamd voor Hem treden. Maar zegevierend en roemrijk door de Heer is heel het volk van Israël.”

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 7, 18b-23
In die tijd ontbood Johannes een tweetal van zijn leerlingen en stuurde ze naar de Heer om te vragen: “Zijt Gij de Komende, of hebben wij een ander te verwachten?”
Bij Jezus gekomen zeiden de mannen tot Hem: “Johannes de Doper heeft ons naar U gestuurd om te vragen: ‘zijt Gij de Komende, of hebben wij een ander te verwachten?’
Op dat ogenblik genas Jezus veel mensen van ziekten, kwalen en boze geesten en Hij schonk een groot aantal blinden het gezicht terug. Hij gaf hun dit antwoord: “Gaat aan Johannes zeggen wat gij gezien en gehoord hebt: blinden zien en lammen lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd. Gelukkig hij die aan Mij geen aanstoot neemt.”

Overweging
Bent U het die komen zou? (Lucas 7,19)

De wonderen en tekenen waar Israël als gevolg van Jezus’ openbare optreden mee te maken kreeg veroorzaakten een ongekende opschudding! Er gebeurde zo veel dat Johannes de Doper twee van zijn leerlingen naar Jezus stuurde om uit te vinden of “dit het nu was”. Vol verwachting maar ook wel vol spanning gingen deze twee leerlingen naar Jezus toe om met eigen ogen te zien wat Hij allemaal deed!

Eigenlijk is de Advent ook zo’n speciale tijd. Ons gevoel van spanning en verwachting vanwege Jezus’ terugkeer in heerlijkheid groeit naarmate we ons ervoor openstellen. Maar naast de hoop op redding in de toekomst, kunnen we ook heel enthousiast worden over de belofte van zijn komst in ons hart, elke keer wanneer we Hem ontmoeten in onze gebedstijd of bij de Eucharistie.

Sta er eens bij stil hoeveel sterker onze ervaring van zijn evangelie wordt als we, elke keer wanneer we bij Jezus komen, vragen stellen als: Wat wilt U vandaag in mijn leven doen, Jezus? Hoe zult U mijn gebeden beantwoorden? Welke nieuwe inzichten gaat U me vandaag geven? Hoe zal ik uw liefde, heerlijkheid of barmhartigheid deze keer ervaren? Dergelijke vragen klinken nogal inhalig, maar in feite brengen ze tot uitdrukking hoezeer we Jezus nodig hebben

Het beste wat je kunt doen is vandaag nog op zoek gaan naar dit versterkte gevoel van verwachting en spanning in je relatie met de Heer. Zoek Hem vandaag vol verlangen. Vraag Hem dat Hij u toont op welke verborgen manieren Hij bezig is in uw leven en in het leven van de mensen van wie u houdt. Steeds opnieuw vertellen de evangeliën ons hoe blij Jezus is als mensen naar Hem toekomen met een levendig en verwachtingsvol geloof. Vertrouw Hem. Hij is altijd goed en barmhartig. Laat Hem weten hoe u geniet van zijn gezelschap en de wonderen die Hij in u en om u heen doet. Wees niet bang om uit te kijken naar meer, en dat ook te verwachten! Jezus is buitengewoon royaal en Hij beschikt over een oneindige voorraad genade en zegeningen die Hij speciaal voor u gereserveerd heeft!

Gebed
Heer, ik kom vandaag naar U toe met blijdschap en spanning.
Vol verlangen zie ik ernaar uit hoe U vandaag uw wonderen in mijn leven bekend zult maken.
Ik geef me aan U over.
Kom en doe wat U wilt om mijn geloof in U te verdiepen. Amen.

< Dag 19 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 54, 1-10
Zo spreekt de Heer: “Juich nu, onvruchtbare vrouw, gij die niet hebt gebaard! Breek in kreten van vreugde uit, gij die geen weeën gekend hebt! Want de verlaten vrouw heeft vele zonen, meer zonen dan zij die een man heeft. Maak de plaats voor uw tent nu ruimer, span wijder het doek van uw woning en wees niet karig, neem langer de lijnen, sla vaster de pinnen, want naar rechts en naar links breidt gij u uit. Uw nageslacht lijft andere volken in, verlaten steden gaan zij bewonen. Vrees niet, gij zult niet beschaamd staan, wees niet beschroomd, gij wordt niet te schande: gij zult de smaad van uw jeugd vergeten en aan de blaam van uw weduwschap niet meer herinnerd worden. Hij die u schiep… Hij is uw Bruidegom, Hij is uw Schepper; Zijn naam is: Heer der hemelse machten; Hij wordt genoemd: Uw Verlosser, Israëls Heilige, God van geheel de aarde! Een verlaten, zielsbedroefde vrouw zijt gij, maar de Heer roept u weer bij uw naam, want – zo zegt uw God – kan iemand de geliefde van zijn jeugd wel verstoten? In een plotselinge opwelling heb Ik u in de steek gelaten maar met grote barmhartigheid zoek Ik u weer op. In een vlaag van toorn heb Ik een ogenblik mijn aangezicht van u afgewend. Maar – zo spreekt de Heer, uw Verlosser – met een eeuwige liefde ontferm Ik Mij weer over u; zoals Ik ten tijde van Noach gezworen heb dat de wateren de aarde nooit meer zouden bedekken, zo zweer Ik nu nooit meer vertoornd op u te zijn en u nooit meer te bedreigen. Want de bergen mogen wankelen, de heuvels schudden, maar mijn trouw jegens u zal niet wankelen, en mijn Verbond van liefde niet breken, – zegt de Heer die u barmhartig is.”

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 7, 24-30
Toen de afgezanten van Johannes vertrokken waren begon Jezus tot de menigte te spreken over Johannes: “Waar zijt gij in de woestijn naar gaan zien? Naar een riethalm door de wind bewogen? Waar zijt gij dan wel naar gaan zien? Naar iemand in verfijnde kleding? Die prachtig gekleed gaan en in weelde leven zijn te vinden in paleizen. Wat zijt ge dan gaan zien? Een profeet? Inderdaad, zeg Ik u, zelfs meer dan een profeet! Hij is het over wie geschreven staat: Zie, Ik zend mijn bode voor u uit die de weg voor uw komst zal bereiden. Ik zeg u: Onder wie uit vrouwen geboren zijn is niemand groter dan Johannes. Niettemin is de kleinste in het Rijk Gods groter dan hij. Het was het gewone volk dat naar hem luisterde; zelfs de tollenaars erkenden Gods beschikking door zich te laten dopen met het doopsel van Johannes. Maar de Farizeeën en wetgeleerden hebben, wat hen betreft, het plan van God verijdeld door zich niet door hem te laten dopen.”

Overweging
Waarom bent u naar de woestijn gegaan? (Lucas 7,24)

Met deze woorden prikkelde Jezus de religieuze leiders die kwaad spraken van Johannes de Doper. Kennelijk had zijn ascetische levensstijl hun afkeer opgewekt. Maar dezelfde leiders mopperden dat Jezus at en dronk met belastingpachters en zondaars. Het lijkt erop dat niets wat deze twee mannen Gods deden goed genoeg was. De een was te vergeestelijkt en de ander was in hun ogen maar een vrijgevochten type.

Wat was er hier fout? Deze godsdienstige leiders stelden zulke hoge eisen aan vroomheid dat ze alles wat hun nauwe grenzen te buiten ging streng veroordeelden. Hun verwachtingen stonden vast en ze lieten totaal geen ruimte voor de vrijheid van de Heilige Geest.

Deze passage brengt ons ertoe dat we onszelf één belangrijke vraag stellen: Hoe star ben ik? Het antwoord op die vraag kunnen we vinden door ons geestelijke leven tegen het licht te houden: geniet ik dezelfde vrijheid die Johannes en Jezus kenden – de vrijheid om te leven zoals Jezus me leidt, de vrijheid om te reageren op zijn Geest op een manier die strookt met mijn persoonlijkheid en die in overeenstemming is met de roeping die ik ervaar? Vergeet niet: sommige mensen worden geroepen tot bezinning, anderen tot uitbundigheid. Sommigen worden geroepen hun leven in te zetten voor de armen, anderen om te werken aan verandering in de samenleving. Sommigen hebben een speciale devotie voor de rozenkrans en anderen voor charismatisch gebed. De enige vraag die belangrijk is, is de vraag of ieder Jezus liefheeft, zijn geboden onderhoudt en het koninkrijk van God probeert op te bouwen.

Evenals bij Jezus en Johannes zien we ook bij heiligen bijzondere karaktertrekken die passen bij hun roeping: Filippus Neri was joviaal en trok gemakkelijk mensen aan om volgeling van Christus te worden, terwijl Hiëronymus, een briljante maar irritante man, beter geschikt was voor het eenzamere werk van de geleerde. Franciscus Xaverius’ passie en eerzucht voerden hem rond de wereld als missionaris, terwijl de kinderlijke geest van Theresia van Lisieux het juist haar mogelijk maakte de liefde van de Vader te verstaan en door te geven. Teresa van Avila, wilskrachtig, wijs en geestig, was een hervormster en vruchtbaar schrijfster, terwijl de populaire Pater Pio als een begaafd biechtvader zijn bekwaamheid om te luisteren en zijn intuïtie inzette.

Laten we dus ons best doen God en anderen lief te hebben en te dienen. Laten we proberen uit te vinden waartoe God ons roept.

Gebed
Vader, ik ben blij met de vrijheid die ik bezit als Uw kind.
Ik vertrouw op U en wil U volgen, overal waar U me brengt! Amen.

< Dag 20 van de advent

Eerste lezing uit het boek Genesis 49, 1a-2+8-10
In die dagen ontbood Jakob zijn zonen en sprak: “Komt nu bijeen en luister, zonen van Jakob, luistert naar Israel, jullie vader. Juda, jou prijzen je broers; jouw hand drukt de nek van je vijanden neer, voor jou staan de zoons van je vader gebogen. De welp van een leeuw is Juda; met roof ben je opwaarts gekomen, mijn zoon! Hij vlijt zich neer, hij ligt als een leeuw, als de koning der dieren; wie waagt hem te wekken? Van Juda zal de scepter niet wijken, de staf niet verdwijnen tussen zijn voeten, totdat hij verschijnt die hem voeren mag; hem zijn de volken gehoorzaam.”

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 1,1-17
Geslachtslijst van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.
Abraham was de vader van Isaak, Isaak van Jakob, Jakob van Juda en zijn broers; Juda was de vader van Peres en Zerach, die uit Tamar geboren werden; Peres was de vader van Chesron, Chesron van Aram, Aram van Amminadab, Amminadab van Nachson, Nachson van Salmon, Salmon van Boaz, die uit Rachab geboren werd; Boaz was de vader van Obed, geboren uit Ruth; Obed was de vader van Isai en Isai van David, de koning. David was de vader van Salomo, die geboren werd uit de vrouw van Uria; Salomo was de vader van Rechabeam, Rechabeam van Abia, Abia van Asa, Asa van Josafat, Josafat van Joram, Joram van Uzzia, Uzzia van Jotam, Jotam van Achaz, Achaz van Hizkia, Hizkia van Manasse, Manasse van Amon, Amon van Josia, Josia van Jechonja en zijn broers in de tijd van de Babylonische ballingschap. Na de Babylonische ballingschap werd Jechonja de vader van Sealtiel, Sealtiel van Zerubbabel, Zerubbabel van Abiud, Abiud van Eljakim, Eljakim van Azor, Azor van Sadok, Sadok van Achim, Achim van Eliud, Eliud van Eleazar van Mattan, Mattan van Jakob. Jakob nu was de vader van Jozef, de man van Maria, en uit haar werd geboren Jezus die Christus genoemd wordt. In het geheel zijn er van Abraham tot David veertien geslachten, van David tot de Babylonische ballingschap ook veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus eveneens veertien geslachten.

Overweging
Geslachtslijst van Jezus Christus (Matteüs 1,1)

De geslachtsregisters in de Bijbel zijn voor de meeste mensen niet bijzonder boeiend. Voor velen is het niet meer dan een lijstje namen uit de oudheid waar wij verder weinig mee kunnen. Maar let eens op de namen die Matteüs hier noemt. Allereerst Abraham, de grote aartsvader van Israël. Dan valt de naam op van Boaz, wiens oog viel op een jonge vrouw met de naam Ruth, die op zijn akker koren verzamelde: hij trouwde met haar en werd zo de grootvader van koning David. En dan heb je ook nog de zoon van David, Salomo, beroemd om zijn grote wijsheid. Als je dit geslachtsregister dus goed bestudeert dan ga je in feite een groot deel van de bijbelse geschiedenis beter begrijpen.

Het meest opvallende van dit geslachtsregister is de rode draad die al die grote namen met elkaar verbindt. Abraham, David, Salomo, Jozef – ze maken allemaal deel uit van een plan dat de eeuwen omspant en dat zijn hoogtepunt bereikte met de geboorte van Jezus Christus, het centrale punt van de hele mensengeschiedenis waar alles samenkomt. In alle kronkels van die verschillende levens zat geen toeval. Geen zonde, geen schandaal, geen tegenslag kon Gods grootse ontwerp doen stoppen. Alles werkte mee zodat op een nacht, in de heuvels van Judea, de eeuwige Zoon van God als mens geboren werd uit een maagd.

Maar het verhaal eindigt niet met de geboorte van Jezus. Dit geslachtsregister loopt door tot de dag van vandaag – tot aan uw voordeur! Toen God tegen Abraham zei dat zijn nakomelingen talrijker zouden zijn dan de sterren aan de hemel, dacht Hij ook aan u. Toen Hij David beloofde dat een van zijn nakomelingen een eeuwige troon zou erven, toen had Hij ook u al in gedachten als een van de burgers van dat koninkrijk! God heeft u naar deze bepaalde plaats en tijd gebracht met een bedoeling. Hij werkt nog steeds aan zijn plannen voor u en Hij gaat daar mee door tot aan het moment dat u bij Hem in de hemel zult zijn!

Sla dit Schriftgedeelte dus niet over – ook niet als het u moeite kost om al die namen uit te spreken! Jezus’ stamboom kan u helpen de grote schoonheid van Gods plan te gaan zien. Door het lezen van deze verzen kunt u meer gevoel krijgen voor uw eigen waarde als deel van Jezus’ stamboom! Kijk vandaag als onderdeel van uw gebed eens in de spiegel en zeg: “Ik ben een kind van Abraham, een kind van Mozes en een kind van David. Ik ben een van die sterren waarvan God beloofd heeft dat ze zouden schijnen als getuigen van zijn heerlijkheid.”

Gebed
Vader, wat zijn Uw plannen ontzagwekkend!
Ik verheug me over Uw grote heilsplan.
Laat me zien, Heer, hoe ik in dat plan pas.

< Dag 21 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jeremia 23, 5-8
“Geloof Mij, de tijd komt – zo spreekt de Heer – dat Ik een wettige afstammeling van David doe opstaan. Hij zal met bekwaamheid regeren en het land rechtvaardig en eerlijk besturen. Dan wordt Juda bevrijd, leeft Israël veilig. Dit is de naam die men hem geeft: God de Heer, onze gerechtigheid. Eens komt de tijd – zo spreekt de Heer – dat men niet meer zegt: Zowaar God leeft, die de Israëlieten uit Egypte heeft geleid, maar: Zowaar God leeft, die de nakomelingen van Israël heeft teruggebracht uit het noorden, uit alle landen waarheen Hij hen had verdreven. Op hun eigen grond zullen zij weer wonen.”

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 1, 18-24
De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze: Toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger van de heilige Geest. Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, dacht hij er over in stilte van haar te scheiden. Terwijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die tot hem sprak: “Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.” Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken heeft door de profeet, die zegt: “Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, en men zal Hem de naam Immanuel geven.” Dat is in vertaling: God met ons. Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich.

Overweging
Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had (Matteüs 1,24)

Denk u eens in hoezeer Jozef in de war geweest zal zijn toen hij erachter kwam dat Maria zwanger was! Hij zat danig met zichzelf in de knoop … enerzijds wilde hij haar niet tot vrouw nemen maar hij wilde haar ook niet openlijk aanklagen wegens overspel. Maar God kwam tussenbeide en via een engel liet Hij Jozef weten dat hij niet bang moest zijn om Maria tot vrouw te nemen, aangezien God bezig was een goddelijk plan in haar uit te werken. Net als Maria bij de aankondiging, werd ook Jozef uitgenodigd deel uit te maken van Gods verrassende reddingsplan.

Matteüs vermeldt geen enkel van de woorden die Jozef gaf als antwoord op de engel. Het enige wat we zien is zijn eenvoudige gehoorzaamheid. Door te besluiten Maria bij zich in huis te nemen, laat hij eenzelfde mate van geloof zien als Maria toen ze tegen de engel zei: “laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt” (Lucas 1,38).

Jozef aanvaardde de verantwoordelijkheid om het kind een naam te geven (Matteüs 1,21; 25), een daad waardoor hij de wettige vader van Jezus werd. Hoewel Hij was ontvangen van de Heilige Geest en geboren uit een maagd, was Jezus het kind van Jozef. Deze nederige, gelovige timmerman aanvaardde ten volle zijn rol als voogd en leermeester, vader en gids van de eeuwige Zoon van God.

Over een week is het al Kerstmis. Dan zullen we onze ogen richten op het goddelijk kind en zijn heilige moeder. We horen verhalen over engelenkoren, verbaasde herders en wijzen uit een ver land. Maar laten we, te midden van de wondere schoonheid van deze verhalen, niet zomaar voorbij gaan aan degene die het allemaal mogelijk maakte. Zonder Jozef zou Maria een verstotene geweest zijn en zou Jezus niet het recht gehad hebben als een rabbi te kunnen optreden. Zonder Jozef zouden de Maagd en haar kind bedreigd zijn, blootgesteld aan laster en kritiek. En het belangrijkste: zonder Jozef had Maria’s kind een o zo belangrijk beeld van zijn hemelse Vader moeten missen – een beeld van loyaliteit, rechtvaardigheid, trouw en liefde.

We hebben zoveel te danken aan de H. Jozef! Laten we doen als Jezus en deze rechtvaardige man aanvaarden als onze eigen voogd, beschermer, vaderfiguur, leermeester en toonbeeld van heiligheid. Het is een goede keuze om ons te spiegelen aan zijn voorbeeld en hem te vragen om zijn bemiddeling. Hij, die onze Verlosser heeft gevormd, kan ook bijdragen aan onze vorming!

Gebed
Dank U, Jezus, voor het getuigenis van de H. Jozef.
Maak me door Uw Geest even trouw en net zo vol vertrouwen als hij!

< 4e zondag van de Advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 7, 10-14
In die dagen sprak Jesaja tot Achaz: “Vraag de Heer, uw God, om een teken, hetzij hoog aan de hemel of diep in de hel.” Maar Achaz antwoordde: “Ik vraag niet om een teken; ik wil de Heer niet op de proef stellen.” En Jesaja sprak: “Luister dan, Huis van David, is het u niet genoeg mensen te ergeren, dat gij ook mijn God tot ergernis wilt zijn? Daarom geeft de Heer u ook ongevraagd een teken: Zie de jonge vrouw zal ontvangen en een zoon ter wereld brengen, en zij zal hem noemen ‘Immanuel’, God-met-ons.”

Tweede lezing uit de brief aan de Romeinen 1, 1-7
Van Paulus, dienstknecht van Christus Jezus door Gods roeping apostel, bestemd voor de dienst van het evangelie, dat God eertijds door zijn profeten in de heilige schriften heeft aangekondigd. Het is de boodschap over zijn Zoon, die naar het vlees is geboren uit het geslacht van David, die naar de heilige Geest is aangewezen als Zoon van God door Gods machtige daad, door zijn opstanding uit de doden, Jezus Christus onze Heer. Door Hem heb ik de genade van het apostelschap ontvangen, om ter ere van zijn naam onder alle volken mensen te brengen tot de gehoorzaamheid van het geloof. Ook gij hoort bij hen, geroepen als gij zijt door God tot de gemeenschap van Jezus Christus. Ik zend mijn groeten aan u allen in Rome: God heeft u lief en riep u tot zijn heilige gemeente. Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus!

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteus 1, 18-24
De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze. Toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef, bleek zij, voordat ze gingen samenwonen, zwanger van de heilige Geest. Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, dacht hij er over in stilte van haar te scheiden. Terwijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die tot hem sprak: “Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.” Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken heeft door de profeet, die zegt: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en men zal Hem de naam Immanuel geven. Dat is de vertaling: God met ons. Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich.

Overweging
… en ze zullen Hem de naam Immanuël geven, wat betekent: God met ons (Matteüs 1,23)

Wanneer u bedroefd, eenzaam of bang bent, wat is het dan bemoedigend als iemand zegt: “Ik ben met je”, en dan vooral als zijn of haar daden deze woorden ondersteunen!

Meer dan zevenhonderd jaar voor Jezus’ geboorte kreeg een gevreesde heerser net zo’n boodschap – en wel uit de best denkbare bron. Sprekend door de profeet Jesaja zei God zelf tegen koning Achaz dat Hij Jeruzalem zou redden van een vijandig leger. Hij bevestigde dit woord zelfs met een teken: “Zie, de jonge vrouw is zwanger, en zal een zoon ter wereld brengen, en u zult hem de naam Immanuël geven” (Jesaja 7,14).

Jesaja’s woord aan Achaz sloeg op een bepaalde jonge vrouw – mogelijk een nieuwe vrouw van de koning – en haar door God gegeven zwangerschap. Maar zoals de evangelielezing van vandaag laat zien, bezat die profetie een onverwachte diepgang. Door de Geest geïnspireerd, verklaart Matteüs dat Jezus de volmaakte vervulling van die belofte is. Als Gods eigen Zoon, ontvangen van de Heilige Geest, is Hij niet maar een teken van Gods aanwezigheid – Hij is “Immanuël.” Hij is “God is met ons” (Matteüs 1,23).

Dit is de ultieme “Ik ben met u”-uitspraak! Ze zegt ons dat door de menswording de almachtige God kwam redden wat verloren was. Ze zegt ons dat Hij uit grenzeloze liefde zijn enige Zoon stuurde om ons lot te delen en ons te redden van zonde en dood. Zeker, Jezus is God-met-ons!

Neem dit ter harte als Gods boodschap voor u vandaag. Als u een vreugdevol lied zingt dan is Hij met u in uw blijdschap. Als u gestrest bent dan geeft Jezus u zijn vrede. Als u verdriet en pijn hebt dan herinnert Hij u eraan: “Ik ben altijd met u” – in zijn woord, in de Eucharistie, in heel het dagelijks leven (Matteüs 28,20). Als u voelt dat u tekortschiet in iets – de opvoeding van een kind, het oplossen van een conflict, het breken met een gewoonte, het vinden van werk – ga naar Jezus. Vergeet nooit dat God met u is!

Gebed
Jezus, ik geloof dat U ‘God met ons’ bent.
Help me gevoeliger te worden voor Uw aanwezigheid en opener voor Uw wil.
Ik wil altijd met U zijn, net als U met mij bent. Amen.

< Dag 23 van de advent

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 7, 10-14
In die dagen sprak Jesaja tot Achaz: “Vraag de Heer, uw God, om een teken, hetzij hoog aan de hemel of diep in de hel.” Maar Achaz antwoordde: “Ik vraag niet om een teken; ik wil de Heer niet op de proef stellen.” En Jesaja sprak: “Luister dan, Huis van David, is het u niet genoeg mensen te ergeren, dat gij ook mijn God tot ergernis wilt zijn? Daarom geeft de Heer u ook ongevraagd een teken: Zie de jonge vrouw zal ontvangen en een zoon ter wereld brengen, en zij zal hem noemen ‘Immanuel’, God-met-ons.”

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 26-38
Toen Elisabeth zes maanden zwanger was werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria. Hij trad bij haar binnen en sprak: “Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u!” Zij schrok van dat woord en vroeg zich af, wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: “Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.” Maria echter sprak tot de engel: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?” Hierop gaf de engel haar ten antwoord: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet, dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk.” Nu zei Maria: “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” En de engel ging van haar heen.

Overweging
Maar Achaz antwoordde: “Ik vraag niet om een teken; ik wil de Heer niet op de proef stellen.” (Jesaja 7,12)

Ook wij kunnen, net als koning Achaz, besluiten dat het niet gepast is God om een teken te vragen. God heeft de zaken in zijn Woord al zo duidelijk gemaakt, dat het zou lijken op een gebrek aan vertrouwen als we Hem nogmaals om een teken zouden vragen. Of het kan zijn dat we menen dat God vast geen belang stelt in de details van ons dagelijks leven of dat Hij niet genoeg om ons geeft om zich op een persoonlijke manier aan ons te vertonen.

Toch kan een teken van God nu juist datgene zijn wat we nodig hebben om verder te komen op de weg naar een grotere geestelijke volwassenheid. Aan het begin van die weg heeft God er plezier in antwoord te geven op wat bekend staat als ‘het gebed van de zoeker’: “God, als U echt bestaat, wil ik U kennen. Toon Uzelf aan mij op een manier die ik kan herkennen.” Dit is een goede manier om te bidden voor onze geliefden die God momenteel niet accepteren.

Zij die zich al aan de Heer hebben toegewijd, aarzelen vaak bij een tweesprong op hun weg. We kunnen makkelijk kiezen als het erom gaat een keuze te maken tussen iets wat kennelijk goed en iets anders wat vreselijk fout is: het is duidelijk dat ik eerst tot tien moet tellen en niet moet ontploffen tegenover mijn opstandige tiener! Maar vaker hebben we de keuze uit twee goede alternatieven. God vertrouwt ons toe dat we een goede beslissing nemen en Hij belooft dat Hij met ons meegaat op beide wegen. Maar voordat we beslissen willen we graag weten wat Hij denkt dat echt het beste voor ons is. In zo’n situatie kan het goed zijn God om een teken te vragen.

Dat teken kan allerlei vormen aannemen. Soms is het een gesproken woord dat naklinkt in ons hart. Soms is het iets in de natuur, bijvoorbeeld een roos die bloeit wanneer het er niet de tijd voor is. Of we kunnen de Bijbel opslaan en de Geest vragen ons naar een speciale passage te leiden. Iemand die erover denkt van baan te veranderen, kan stuiten op Genesis 12: God die Abraham oproept zijn vaderland te verlaten, of Paulus in 1 Korintiërs 7,26: “Het is voor een mens goed te blijven wat hij is” (Nieuwe Bijbelvertaling).

God werkt niet als een goochelaar. Als u het gevoel hebt dat Hij u in een bepaalde richting leidt, controleer het dan op diverse manieren. Verzeker u ervan dat het overeenstemt met de Schrift en met onze katholieke traditie. Vraag vertrouwde raadslieden om advies. Wacht tot u er vrede mee hebt dat dit Gods woord voor u is. En ga dan vol vertrouwen verder en laat God aan het werk gaan!

Gebed
Vader, ik wil heel graag Uw wil doen.
Maak me duidelijk wat Uw weg is.

< Dag 24 van de advent:
o-antifonen

Eerste lezing uit het Hooglied 2, 8-14
Hoor, daar is mijn geliefde! Kijk, daar komt hij aan, over de heuvels snelt hij voort. Mijn geliefde is als een gazel, hij lijkt wel het jong van een hert. Daar staat hij achter de muur van ons huis. Hij ziet door het raam en kijkt door de tralies naar binnen. Nu roept mijn geliefde en zegt tegen mij: Sta op, mijn liefste, kom toch, mijn schoonste. Kijk maar, de winter is voorbij, de regen is voorgoed verdwenen. Kijk, op het veld staan weer bloemen; de tijd om te zingen breekt aan; de roep van de tortel klinkt over het land. De vijgenboom draagt zijn eerste vruchten al, en wat ruikt de bloeiende wijnstok heerlijk! Sta op, mijn liefste, kom toch, mijn schoonste! Mijn duif, die u verscholen hebt in de kloven van het gesteente, in de holten van de rotsen, laat mij uw gezicht zien, laat mij uw stem horen, want uw stem is zo mooi, uw gezicht zo lieftallig!

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 39-45
In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland, naar een stad in Judea. Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth. Zodra Elisabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; Elisabeth werd vervuld met de heilige Geest en riep met luider stemme uit: “Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot. Waaraan heb ik het te danken, dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Zalig zij die geloofd heeft, dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is.”

Overweging
Ja, om Hem is ons hart verheugd. (Psalm 33,21)

Het is u vast wel eens opgevallen waartoe mensen bereid zijn als ze iets heel graag willen hebben of als ze een bepaalde gebeurtenis heel graag willen meemaken. We zien beelden op het nieuws van mensen die de hele nacht op straat staan of liggen te wachten voor een winkel om maar als eerste naar binnen te kunnen, alleen maar om een nieuw mobieltje te kopen of om kaartjes te bemachtigen voor de première van een nieuwe film of voor een concert, voordat ze uitverkocht zijn.

God zij dank dat zoiets niet nodig is om zijn genade te bemachtigen! Goed, er zijn heel veel verhalen over heiligen die nachtenlang baden. Maar dat was niet omdat ze op zoek waren naar Gods tegenwoordigheid, het was omdat ze die al genoten. Ze wisten maar al te goed dat Gods genade nooit opraakt, ze wilden alleen zoveel mogelijk ontvangen om des te meer weg te kunnen geven.

Overal in de Bijbel blijkt duidelijk dat mensenlevens veranderen wanneer zij in Gods tegenwoordigheid zijn. In het Hooglied staat dat Gods liefde diep doordringt in ons hart en ons zo vervult als geen enkele andere liefde kan doen. En in de Psalmen komen we op allerlei plaatsen tegen dat mensen Gods lof bezingen en zijn grote daden verkondigen, allemaal gebaseerd op hun eigen ervaringen met de Heer en op die van het volk. En toen Maria – zwanger van Jezus – aankwam bij het huis van Elisabet werd haar nicht overweldigd door eerbied en blijdschap. Zelfs het ongeboren kind van Elisabet, Johannes, sprong van vreugde op. Steeds weer zien we hoe levens veranderen als ze in Gods tegenwoordigheid zijn.

Ook vandaag geeft Jezus ons het geschenk van zijn aanwezigheid. Je hoeft niet achter aan te sluiten in een lange rij van wachtenden in de hoop een glimp van Hem op te vangen voordat Hij verdwijnt. Je hoeft je niet in te stellen op één momentje van zijn kostbare tijd of aandacht. Hij wacht al op u, kijkt naar u uit. Het doet er zelfs niet toe langs welke weg u bij Hem komt. U kunt Hem vinden als u danst op lofprijzingsmuziek of als u traditionele kerkliederen zingt, als u neerknielt in een kapel of als u neerligt op de vloer van uw woonkamer. U kunt Hem op een andere manier ervaren dan uw buurman of -vrouw, of zelfs uw echtgenoot. Maar dat doet er niet toe. Het enige wat ertoe doet is dat Jezus vlak bij u is, in afwachting om door u te worden gevonden!

Er is geen betere plek dan in de tegenwoordigheid te zijn van Jezus, uw Verlosser en Vriend!

Gebed
Heer Jezus, dank U dat U me roept om bij U te zijn.
Dank U voor het voorrecht om elke dag met U te mogen wandelen!

< Dag 25 van de advent

Eerste lezing uit het Eerste boek van Samuel 1, 24-28
In die dagen nam Hanna Samuel mee, met een driejarige stier, een efa meel en een zak wijn. Zij bracht de jongen, zo klein als hij was, naar de tempel van de Heer in Silo. Zij slachtten de stier en brachten de jongen naar Eli. Daarbij zei Hanna: “Met uw verlof, mijn heer, zo waar u leeft, mijn heer, ik ben de vrouw die hier gestaan heeft om tot Jahwe te bidden, in uw tegenwoordigheid. Om deze jongen heb ik gebeden en de Heer heeft mij gegeven wat ik van Hem heb afgesmeekt. Daarom sta ik hem aan de Heer af. Zolang hij leeft, blijft hij de Heer afgestaan.” En zij bogen zich daar voor God de Heer neer.

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 46-56
Bij haar bezoek aan Elisabeth sprak Maria: “Mijn hart prijst hoog de Heer,van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder: daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd. En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig omdat Hij die machtig is aan mij zijn wonderwerken deed, en heilig is zijn Naam. Barmhartig is Hij van geslacht tot geslacht voor hen die Hem vrezen. Hij toont de kracht van zijn arm; slaat trotsen van hart uiteen. Heersers ontneemt Hij hun troon, maar Hij verheft de geringen. Die hongeren overlaadt Hij met gaven, en rijken zendt Hij heen met lege handen. Zijn dienaar Israël heeft Hij zich aangetrokken, gedachtig zijn barmhartigheid voor eeuwig jegens Abraham en zijn geslacht, gelijk Hij had gezegd tot onze vaderen.”
Nadat Maria ongeveer drie maanden bij haar gebleven was, keerde zij naar huis terug.

Overweging
Mijn hart prijst hoog de Heer (Lucas 1,46).

Wat moet Maria een ontroering gekend hebben als ze dacht aan het nieuwe leven dat in haar groeide! Ze verheugde zich in God haar Heiland en erkende alle heerlijke dingen die Hij voor haar had gedaan – en in de toekomst nog voor haar zou doen. Maria proefde de liefde van God in haar hart, en die liefde stroomde over in een loflied dat ook vandaag de dag nog de kracht heeft ons tot aanbidding te bewegen.

Sta eens even stil bij het enorme belang van Maria’s ‘ja-woord’ tegen de engel. Hierdoor is onze verlossing – en de verlossing van miljarden anderen – tot stand gekomen. Door het ‘ja-woord’ van deze ene jonge vrouw gingen de sluizen van de hemel open waardoor de hele mensheid Gods liefde kon ontvangen en met zijn barmhartigheid vervuld worden. Hemel en aarde verheugden zich op dat moment, en ze blijven zich verheugen, want nog vandaag oogsten wij de vruchten van haar eenvoudige ‘ja’.

Omdat Maria de historische verhalen van haar volk goed kende, kon ze bevatten dat God alleen maar het goede met hen voorhad. Ze begreep dat Hij zijn heilsplan volvoerde via mannen en vrouwen die Hij speciaal had uitgekozen. Hoe verbaasd ze ook geweest mag zijn dat God haar uitkoos, toch wist ze dat ze Hem helemaal kon vertrouwen. En zo aanvaardde Maria in gelovige overgave, in ootmoed en waarschijnlijk ook met wat zorg over de toekomst Gods wonderbaarlijke plan voor haar.

Maria’s ‘ja’ was van grote betekenis voor de wereld, maar onderschat niet het belang van het ‘ja-woord’ dat u elke dag aan God kunt geven. Net zoals het met Maria gebeurde, kan dit ene simpele woordje voor u de hemel openen. Deze dagen voor Kerstmis bieden ons een speciale gelegenheid om Jezus in ons hart welkom te heten en door zijn aanwezigheid omgevormd te worden tot andere mensen. Maar dit is ook een tijd waarin wij Christus in deze wereld binnen kunnen brengen door het getuigenis van ons leven en door onze gebeden van lof en dank.

Waar wacht u dan nog op? Uw Vader roept. Zeg ‘ja’ tegen Hem en zie wat er dan gebeurt.

Gebed
Jezus, ik wil vandaag ‘ja’ tegen U zeggen. Ik wil mijn hart openen om de kracht van Uw Heilige Geest te ontvangen. Help me te vertrouwen, zoals Maria deed, dat U al Uw beloften aan mij zult waarmaken.

< Dag 26 van de advent

Eerste lezing uit Maleachi 3, 1-4 + 23-24
Zo spreekt de Heer God: “Ik zend mijn gezant voor Mij uit om voor Mij de weg te banen. En aanstonds treedt dan de Heer zijn heiligdom binnen, de Heer die gij zoekt, de engel van het verbond, naar wie gij verlangend uitziet. Let op, Hij komt, zegt de Heer der legerscharen. Maar wie kan de dag van zijn komst verdragen? Wie zal er staande blijven wanneer Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van de smelter, als het loog van de blekers. Hij zet zich neer om het zilver te smelten en te zuiveren, om de levieten te zuiveren en hen, als goud en zilver, te louteren,zodat zij de Heer weer op de vereiste wijze offergaven kunnen brengen. Dan zal het offer van Juda en Jeruzalem de Heer weer behagen, zoals in het verleden, in de voorbije jaren. Zie, Ik zal u de profeet Elia zenden voordat de grote en verschrikkelijke dag van de Heer komt. Hij zal het hart van de vaders voor de kinderen winnen en het hart van de kinderen voor de vaders; zo niet, dan kom Ik het land met de banvloek slaan.”

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 57-66
Voor Elisabeth brak het ogenblik aan, dat zij moeder werd; zij schonk het leven aan een zoon. Toen de buren en de familie hoorden, hoe groot de barmhartigheid was die de Heer aan haar had betoond, deelden zij in haar vreugde.
Op de achtste dag kwam men het kind besnijden en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen. Maar zijn moeder zei daarop: “Neen, het moet Johannes heten.” Zij antwoordden haar: “Maar er is in uw familie niemand die zo heet.” Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader, hoe hij het wilde noemen. Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef er op: “Johannes zal hij heten.” Ze stonden allen verbaasd. Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend, zijn tong losgemaakt en verkondigde hij Gods lof. Ontzag vervulde alle omwonenden en in heel het bergland van Judea werd al het gebeurde rondverteld. Ieder die het hoorde, dacht er over na en vroeg zich af: “Wat zal er worden van dit kind?” Want de hand des Heren was met hem.

Overweging
Hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef daarop: “Zijn naam is Johannes.” (Lucas 1,63)

Stel je voor: Elisabeth staat bij de put en haalt water omhoog. Zacharias is bezig zich aan te kleden. Omdat hij niet kan praten, kan hij niet roepen: “Elisabet, waar is mijn andere sandaal?” Negen maanden lang moest hij alles wat hij wilde zeggen opschrijven of met gebaren aangeven. Als hij tegen zijn vrouw wilde praten – bijvoorbeeld over wat de engel in de tempel gezegd had, of hoe het kind moest heten – moest hij het opschrijven en het haar onder ogen brengen om het te laten lezen.

Zacharias was een vroom man, maar toch maakte hij in het begin een fout. De engel sprak tot hem en zijn geloof was gewoonweg niet sterk genoeg om het te winnen van de twijfel. Het stilzwijgen dat de engel hem daarna oplegde heeft het misschien moeilijker voor hem gemaakt, maar Gods plan leed er niet onder. In feite leerde Zacharias ervan – en Elisabeth leerde met hem mee. Die negen maanden werden een soort retraite voor hen, een tijd van nadenken en inniger gebed. Samen leerden ze Gods wegen kennen. Samen lieten zij zich door de Heer voorbereiden op de volgende stap in hun leven.

Dat is ook de manier waarop God met ons omgaat. Hij verwacht niet dat we volmaakt zijn of altijd alles goed doen. Hij weet dat we fouten zullen maken en Hem soms verkeerd begrijpen of aan Hem twijfelen. Tenslotte zijn zijn wegen even hoog boven de onze verheven als de hemel is boven de aarde (Jesaja 55,9). Het goede nieuws is dat, hoe anders zijn wegen ook zijn, Hij ze ons wil leren. En zelfs als we dingen verkeerd doen, kan Hij de situatie gebruiken om ons tot een dieper geloof te brengen, net zoals Hij deed met Zacharias.

God wil van deze speciale Adventstijd gebruik maken om ons geloof in Hem te verdiepen. Zacharias twijfelde, maar in de volgende negen maanden veranderde zijn leven en werd zijn geloof verdiept. Hij had in eerste instantie dan wel verkeerd gereageerd op de engel, maar later sprak hij met grote blijdschap en overtuigingskracht tot zijn dorpsgenoten. En daarvoor heeft God hem royaal beloond.

Net als Zacharias zijn wij mensen met weinig geloof. Laten we daarom tegen de Heer zeggen dat we vaster willen geloven. Laten we Hem vragen onze twijfels weg te nemen.

Gebed
Vader, uw plannen zijn altijd voor ons bestwil. Onderwijs me en geef me een hart om U vandaag zonder angst te volgen. Amen.

< Dag 27 van de advent

Eerste lezing uit het Tweede boek van de profeet Samuel, 7, 1-5+8b-12+14a+16
Toen Koning David zijn intrek had genomen in zijn paleis en de Heer gezorgd had dat al zijn vijanden, in heel de omtrek, hem met rust lieten, zei hij tot de profeet Natan: “Nu moet u eens zien! Zelf woon ik in een paleis van cederhout en de ark van God staat onder tentdoek!” Natan zei tot de koning: “Doe gerust wat u van plan bent; de Heer staat u bij.”
Maar diezelfde nacht nog werd het woord van de Heer gericht tot Natan: “Zeg aan mijn dienaar David: Zo spreekt de Heer: Gij wilt voor Mij een huis bouwen en Mij daarin laten wonen?” Zo spreekt de Heer van de hemelse machten: “Ik heb u uit de steppe gehaald, achter de schapen vandaan, om vorst te zijn over mij volk Israël. Op al uw tochten heb Ik u bijgestaan, al uw vijanden heb Ik vernietigd, uw naam heb Ik groot gemaakt als die van de groten der aarde. Ik heb mijn volk Israël een gebied gegeven en het daar geplant om er te wonen, zonder nog opgeschrikt of verdrukt te worden door booswichten, zoals vroeger, in de tijd dat Ik over Israël, mijn volk, rechters had aangesteld. Ik heb gezorgd dat al uw vijanden u met rust laten. De Heer kondigt u aan dat Hij een huis voor u zal oprichten. Als uw dagen voleind zijn en gij bij uw vaderen rust, zal Ik de nazaat die gij verwekt hoog verheffen en zijn koninklijke macht in stand houden. Ik zal voor hem een vader zijn, en hij Mij een zoon. Zo zullen uw huis en uw koninklijke macht bestendig zijn voor altijd; uw troon staat vast voor eeuwig.”

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 67-79
In die dagen werd Zacharias, de vader van Johannes, vervuld met de heilige Geest en hij sprak in profetische woorden: “Geprezen zij de Heer, de God van Israël: want Hij heeft zijn volk bezocht en het verlost. Een reddende kracht heeft Hij ons verwekt, in het huis van David zijn dienaar, zoals Hij van oudsher had voorzegd bij monde van zijn heilige profeten, ons te redden uit de macht van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten. Zo toont Hij zijn barmhartigheid aan onze vaderen en is zijn heilig verbond indachtig de eed die Hij gezworen heeft aan onze vader Abraham, ons te geven om uit de hand van vijanden bevrijd Hem zonder vrees te dienen in vroomheid en gerechtigheid al onze dagen voor zijn aanschijn. En gij, kind, zult profeet genoemd worden van de Allerhoogste, want gij zult voor de Heer uitgaan om zijn wegen te bereiden, om zijn volk de boodschap van verlossing te brengen, door de vergeving van hun zonden, dank zij de innige barmhartigheid van onze God, waarmee Hij uit de hemel op ons zal neerzien, de Opgaande Zon, die verschijnt aan hen die in het duister en de schaduw van de dood gezeten zijn, om onze voeten te richten op de weg van vrede.”

Overweging
De Heer kondigt u aan dat Hij een huis voor u zal oprichten (2 Samuël 7,11)

Koning David was dankbaar voor Gods zegen en bescherming. Hij had een prachtige paleis, maar toen hij daarnaar keek bekroop hem een schuldgevoel, want “de ark van God staat onder tentdoek!” Daarop besloot hij ook voor God een huis te bouwen (2 Samuël 7,1-2). Maar: een gebouw optrekken om de grote en eeuwige God in onder te brengen – wat dacht David wel? Hij had het hart op de juiste plaats, maar waar zat zijn verstand? Door de profeet Natan antwoordde God dat Hij een huis voor David zou bouwen, een machtige natie waar God kon wonen als Vader tussen de nakomelingen van David (7,11-12+14).

God is vandaag nog steeds bezig met het bouwen van een huis. Hij wil een huis bouwen in elk van onze harten waar Jezus kan wonen, een schuilplaats waar we veilig zullen zijn voor de stormen van het leven, een vreedzame haven en een plek van wijsheid. In dit huis – beloofde Jezus – zullen we nooit alleen zijn: “Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord ter harte nemen; dan zal mijn Vader hem liefhebben en zullen We bij hem ons verblijf gaan houden” (Johannes 14,23). Verbazingwekkend! God woont in ons. We hoeven Jezus niet te gaan zoeken, omdat Hij – de eeuwige Zoon van God – altijd bij ons is, voor altijd woont in ons hart.

Dit is een dag vol blijde verwachting. De hele schepping wacht in stil verlangen op de dag van de Menswording, waarop het eeuwige Woord een sprong neemt om vanuit de hemel onder ons zijn intrek te nemen (Wijsheid 18,14-15).

Dit is natuurlijk een heel drukke dag waarop we allerlei voorbereidingen moeten treffen, maar toch is het goed er tijd voor in te ruimen om u even op een rustige plaats terug te trekken met de Heer in het “huis van God”, in uw hart. Laat zijn beloften doordringen in uw geest, laat u erdoor verfrissen en hoop geven voor het komende jaar. Laat Hem doorgaan die tempel te bouwen, die woonplaats in uw hart. Luister naar zijn stem wanneer Hij woorden spreekt vol liefde en medeleven en Hij u speciaal op deze kerstavond aanwijzingen geeft. En het belangrijkste: verheug u! God is trouw geweest aan zijn beloften. Hij is waarlijk Immanuel, God-met-ons. Hij zal zijn woonplaats nooit in de steek laten!

Gebed
Heer, ik ben verbaasd dat U in mijn hart wilt wonen!
Geef dat ik nooit zal vergeten dat U altijd bij me bent,
klaar om te zegenen, te onderwijzen, te leren, te genezen en te leiden.
Hoe heerlijk bent U!

< O-antifonen

Vanaf 17 december wordt in de Vespers bij de lofzang van Maria de zogenaamde O-antifoon gezongen, zo genoemd naar het eerste woord van deze antifonen.

De O-antifonen worden voor het eerst genoemd in de 6e eeuw na Christus, en in de 8e eeuw waren ze in Rome algemeen in gebruik in liturgische vieringen. Deze verzen, ook wel de “Grote Antifonen” genoemd, worden gereciteerd tijdens de Vespers, één per avond, tussen 17 en 23 december. Elke antifoon is gebaseerd op een andere titel voor Jezus uit het Oude Testament — titels zoals Emmanuel, Sleutel van David, Dageraad en Wijsheid. Bij elkaar genomen zoals in dit lied, verwoorden deze titels het verlangen van de Israëlieten naar de Messias, evenals ons eigen verlangen naar de komst van Jezus — zowel met Kerstmis als bij de wederkomst.

Het overheersende thema van de O-antifonen is er een van hoop en van het wachten op Jezus’ komst.
Ze helpen ons de ogen te openen voor wie Jezus is, door de verschillende titels van de Messias te belichten. Ze zeggen ons dat Jezus zowel God als mens is. Ze zeggen ons dat Hij de macht heeft in de hemel en op aarde. Ze zeggen ons dat Hij de wijsheid van God is, en het verlangen van ieder mensenhart.

En ten slotte besluit elke antifoon met een smeekbede dat Jezus, wanneer Hij komt, een krachtig werk in ons leven zal doen. Zo vraagt de eerste antifoon Jezus om te komen en ons “de weg naar het heil” te laten zien. De tweede antifoon vraagt Jezus: “strek uw machtige hand uit om ons te bevrijden”. We vragen Jezus dus niet alleen om te komen, maar ook om ons verder te leiden in de vrijheid die Hij voor ons heeft gewonnen toen Hij voor het eerst kwam, tweeduizend jaar geleden.

17 december: O WIJSHEID, Gij zijt voortgekomen uit de mond van de Allerhoogste en doordringt alles met milde kracht, kom nu, wijs ons uw wegen Jesaja 11,2-3;
Wijsheid 8,1; Spreuken 9,1
18 december: O ADONAI, Heer van Israël’s huis, Gij zijt aan Mozes verschenen in het brandend braambos en hebt hem de wet gegeven op de Sinaï; kom nu, bevrijd ons met sterke hand. Exodus 3,1-8;
Exodus 20,1-20;
Deuteronomium 26,5-9
19 december: O WORTEL VAN JESSE, Gij zijt het teken waar de volken op hebben gewacht; voor U staan koningen sprakeloos en werpen hun onderdanen zich biddend neer: kom nu, bevrijd ons, wacht niet langer. Jesaja 11,1-4;
Jesaja 45,23;
Jesaja 52,13;
Lucas 1,32-33
20 december: O SLEUTEL VAN DAVID en Scepter van Israël’s huis, wat Gij opent zal niemand meer sluiten; wat Gij sluit zal niemand meer openen; kom nu en bevrijd ons, gevangenen, uit de duisternis en de schaduw van de dood. Jesaja 22,22;
Jesaja 42,6-7;
Lucas 4,17-19
21 december: O DAGERAAD, Afglans van het eeuwig licht en Zon van gerechtigheid; kom nu met uw licht tot hen die in duisternis leven, in de schaduw van de dood. Maleachi 3,20;
Jesaja 9,1;
Psalm 107,14
22 december: O KONING VAN DE VOLKEREN, zo lang verwacht, Gij zijt de hoeksteen waarop alles rust; kom nu, red de mens die Gij uit aarde hebt gevormd. Jesaja 28,16;
Genesis 2,7;
Matteus 21,42;
1 Petrus 2,4-5
23 december: O EMMANUEL, Koning en Wetgever, lang verwachte Redder van de volkeren, kom nu, red ons, Heer onze God. Jesaja 7,14;
Maleachi 3,1;
Matteus 1,21-23

< Hymnen

< Ochtendhymne

Hoor hoe een heldere stem weerklinkt,
het is met slaap en droom gedaan,
het is de tijd om op te staan,
zie hoe de ster van Jezus blinkt.

Het hart dat aards en donker is,
aanschouwt het licht waarop het wacht.
Een nieuwe ster staat in de nacht
en overwint de duisternis.

Het is een Lam dat komt en lijdt,
om niet ons alle schuld vergeeft.
Ons hart dat van verlangen beeft,
bidt Hem om zijn barmhartigheid.

Opdat Hij, als Hij komen zal
in ’t lichten van de jongste dag,
ons zijn genade schenken mag,
ons opheft uit de diepe val.

Lof, eer en heerlijkheid en kracht
zij Vader, Zoon en Geest gewijd;
van nu af tot in eeuwigheid
zij onze hulde hun gebracht.

< Avondhymne

Gij die der sterren schepper zijt,
met eeuwig licht uw kinderen leidt,
o Christus die de mensen redt,
hoor naar ons innig smeekgebed.

Gij ziet in uw erbarmen groot
de wereld zinken in de dood,
en komt te hulp nu zij verkwijnt
en geeft U zelf als medicijn

De wereld zinkt in avond neer,
Gij treedt als bruidegom, o Heer,
te voorschijn uit de schoot der Maagd,
de zuivere Moeder die U draagt.

Voor uw immense majesteit,
buigt alle knie zich wijd en zijd,
buigt aarde en hemle zich ter neer
en dient U op Uw wenken, Heer.

O Rechter die het oordeel spreekt,
o heilige, ons harte smeekt
dat Gij ons voor de pijlen hoedt
waarmee de vijand rondom woedt.

U, koning Christus, onze Heer,
zij met de Vader lof en eer,
en met de Geest, die troost en leidt,
van eeuwigheid tot eeuwigheid.

< Adventsliederen

< Rorate Caeli

Ne irascaris Domine, ne ultra memineris iniquitatis: ecce civitas Sancti facta est deserta, Sion deserta facta est: Ierusalem desolata est: domus sanctificationis tuac et gloriae tuae, ubi laudaverunt te patres nostri Wees niet vertoornd, Heer, gedenkt niet langer onze zonden: zie de stad van de Heilige is verwoest, Sion ligt in puin. Jeruzalem is ontredderd: Uw heilige en luisterrijke stad, waar onze vaderen U lof hebben gezongen.
Rorate caeli desuper, et nubes pluant iustum. Dauwt, hemelen, van boven, en wolken, regent de Rechtvaardige.
Peccavimus, et facti sumus tamquam immundus nos, et cecidimus quasi folium universi; et iniquitates nostrae quasi ventus abstulerunt nos: abscondisti faciem tuam a nobis, et allisisti nos in manu iniquitatis nostrae. Wij hebben gezondigd, en zijn geworden als een onreine; daarom zijn wij allen als een blad, dat valt; onze zonden sleuren ons mee als de wind; Gij hebt uw gelaat voor ons verborgen, en ons neergeworpen in de macht van onze zonden.
Rorate caeli desuper, et nubes pluant iustum. Dauwt, hemelen, van boven, en wolken, regent de Rechtvaardige.
Vide, Domini, afflictionem populi tui, et mitte quem missurus es, emitte Agnum dominatorem terrae, de Petra deserti montem filiae Sion: ut auferat ipse iugum captivatis nostrae. Heer, zie neer op de ellende van uw volk, en zend die Gij beloofd hebt: zend het Lam, dat de aarde beheerst, uit Petra in de woestijn naar de berg van Sions dochter: opdat Hij het juk van onze zonde wegneme.
Rorate caeli desuper, et nubes pluant iustum. Dauwt, hemelen, van boven, en wolken, regent de Rechtvaardige
Consolamini, consolamini, popule meus: cito veniet salus tua:. quare moerore consumeris, quia innovavit te dolor? Salvabo te, noli timere: ego enim sum Dominus Deus, tuus, Sanctus Israel, Redemptor tuus. Troost u, troost u, mijn volk: weldra komt uw heil: waarom wordt gij verteerd van smart? Waarom grijpt steeds weer nieuwe droefheid u aan? Ik zal u verlossen, wil niet vrezen: Ik ben immers de Heer, uw God, de Heilige van Israël, uw Verlosser.
Rorate caeli desuper, et nubes pluant iustum. Dauwt, hemelen, van boven, en wolken, regent de Rechtvaardige.

< Alma redemptoris mater

Verheven Moeder van de Verlosser,
die de open deur des hemels blijft
en de sterre der zee,
snel het volk te hulp,
dat valt en poogt op te staan.
Gij die tot verbazing der natuur
uw heilige Schepper hebt gebaard,
Maagd tevoren en daarna,
die uit de mond van Gabriël
het Ave hebt vernomen,
ontferm u over de zondaars.

< Het wees gegroet

Ik groet u vol genade,
sprak d’engel Gabriël,
de bron van uw genade
is God, Emmanuel.

Want onder alle vrouwen
zijt gij gebenedijd;
gelukkig die aanschouwen
in dank uw heerlijkheid.

En meer nog zij gezegend
de vrucht van uwe schoot;
door Hem zijn wij genezen
van een volkomen dood.

Gods Moeder, wil ons horen:
bid dat wij zondaars groot
voor God niet gaan verloren
in ’t uur van onze dood.

< O heiland, open wijd de poort

O Heiland, open wijd de poort
en daal omlaag, Gods eeuwig Woord,
die aller mensen redder zijt,
zo lang voorzegd, zo lang verbeid.

Besproei ons hart, zo dor en droog,
met dauw en regen van omhoog.
Gij zijt het zacht, ootmoedig Lam,
Gij zijt de Leeuw uit Juda’s stam.

O morgenstond, zo lang verbeid,
O zon van algerechtigheid,
de dag breekt aan, de nacht is om:
wij wachten, kom, Heer Jezus, kom.

< Nu daagt het in het oosten

Nu daagt het in het oosten,
het licht schijnt overal:
Hij komt de volken troosten,
die eeuwig heersen zal.

De duisternis gaat wijken
van d’eeuwenlange nacht.
Een nieuwe dag gaat prijken
met ongekende pracht.

Zij, die gebonden zaten
in schaduw van de dood,
van God en mens verlaten,
begroeten ’t morgenrood.

De zonne, voor wier stralen
het nacht’lijk duister zwicht,
en die zal zegepralen,
is Christus ’t eeuwig licht!

Reeds daagt het in het oosten,
het licht schijnt overal:
Hij komt de volken troosten,
die eeuwig heersen zal.

< Gewetensonderzsoek

Een gewetensonderzoek voor de Advent

Advent is een tijd om je naar binnen te keren, je ogen te sluiten en je te bezinnen. Maar het is ook een tijd om juist je ogen open te houden en te kijken, en dan met name te kijken naar onze voorouders in het geloof, die ook zelf hun ogen open hielden en uitzagen naar de komst van de Heer. Sommigen, zoals de oudtestamentische profeten, speurden de horizon af naar tekenen van de Messias die Gods grootheid zou openbaren. Anderen beschikten over de geestelijke visie om die Messias te herkennen en te aanvaarden toen Hij als een kwetsbaar kind op aarde kwam en in een voederbak gelegd werd.

Tijdens Jezus’ leven vingen de mensen om Hem heen ook zo af en toe een glimp op van zijn grootheid. Voor sommigen — zoals de herders en later de apostelen die Jezus’ gedaanteverandering zagen — gebeurde dit op een heel aangrijpende manier. Maar de meeste mensen in die tijd zagen Jezus’ grootheid in alledaagse ogenblikken en ontmoetingen. Neem bijvoorbeeld Elisabeth die zijn aanwezigheid herkende in Maria; of Simeon en Anna, die Hem opmerkten onder de vele baby’s die naar de tempel werden gebracht; of Nikodemus en de vrouw bij de bron.

“Kom maar mee, dan zul je het zien”, zei Jezus tegen Andreas bij een van die alledaagse ontmoetingen (Johannes 1,39). En nu breidt Hij die uitnodiging uit tot ieder van ons. Hoe moeten wij reageren? Een van de beste manieren is door het Sacrament van Verzoening. Want als we onze zonden belijden staan we de heilige Geest toe de sluiers voor onze ogen te verwijderen en ons de grootheid van de Heer te laten zien.

Het volgende gewetensonderzoek is bedoeld als hulp bij de voorbereiding op het Sacrament. Neem de tijd om deze vragen te beantwoorden. Laat u door de zachte stem van de Geest woorden van hoop en barmhartigheid influisteren. Geloof dat Jezus niet is gekomen om te veroordelen maar om te vergeven. Laat u dus door Hem schoonwassen. Dan zult ook u kunnen zeggen: “Wij hebben zijn grootheid gezien” (Johannes 1,14).

“Mijn hart zegt u na: ‘Zoek mijn nabijheid!’ Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken.” (Psalm 27,8)Neemt God de eerste plaats in mijn leven in, of ben ik een slaaf geworden van iets of iemand anders?

Heb ik op zon- en feestdagen voorrang aan God gegeven door naar de kerk te gaan en extra mijn best te doen om Hem te zoeken?

Ben ik zuinig op mijn tijd van gebed en Schriftlezing zodat ik mezelf elke dag kan openstellen voor Gods liefde en leiding?

“Ik heb hen laten delen in de grootheid die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals Wij. …. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat U Mij hebt gezonden.” (Johannes 17,22-23)Heb ik gestreefd naar eenheid in mijn relaties met anderen, of heb ik de eenheid ondergraven door mijn woorden, ideeën en daden?

Heb ik gelogen of geroddeld over andere mensen zodat hun reputatie is geschaad?

Betoon ik eerbied en respect aan mijn ouders en elk wettig gezag?

Is er iemand die ik moet vergeven? Is er iemand aan wie ik vergeving moet vragen?

Behandel ik mijn lichaam respectvol, of heb ik ertegen gezondigd door opzettelijk misbruik te maken van drugs, alcohol of voedsel?

Volg ik Jezus’ lessen op het gebied van de seksuele moraal? Geef ik toe aan wellustige gedachten en seksuele fantasieën? Heb ik zonden van onreinheid begaan?

“Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.” (Matteüs 5,16)Hoe heb ik mijn medeleven en zorg laten blijken voor arme, minderbedeelde, zieke en lijdende mensen?

Draag ik bij aan de eerbied voor het leven?

Heb ik me verzet tegen de oproepen van de Geest om de waarheid te spreken of het evangelie te verbreiden uit angst voor wat anderen van me zullen denken?

Welke andere terreinen van mijn leven wil de heilige Geest reinigen zodat ik kan worden veranderd in het beeld van Jezus en “meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld kan worden veranderd” (2 Korintiërs 3,18)?

< Voor kinderen

Bekijk de volgende websites:

Ons Dagelijks Brood

Samuel Advies

Back To Top